Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13794

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 10 mei 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 23 april 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 29 oktober 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • UHT heeft bij beschikking van 19 april 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 26 april 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005 tot en met 2019.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 19 juni 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 13 augustus 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 22 en 23 april 2025 heeft gemachtigde stukken overgelegd.
  • Op 23 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 15 mei 2025 een aanvullende schriftelijke reactie met bijlagen ingediend. Gemachtigde heeft daar op 10 juni 2025 met overlegging van bijlagen op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Op de zaak betrekking hebbende stukken en equality of arms

De Commissie overweegt dat belanghebbende op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb inzagerecht in zijn dossier heeft en voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht heeft op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken.

UHT heeft gedurende deze procedure een bezwaardossier overgelegd en bijbehorende producties. De Commissie acht het aannemelijk dat belanghebbende daarmee kan beschikken over de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het is niet aannemelijk dat belanghebbende in zijn rechtspositie is geschaad door het niet overleggen van stukken. De Commissie is daarom van opvatting dat het inzagerecht en de equality of arms in deze bezwaarprocedure niet zijn geschonden.

Geen KOT aangevraagd

Volgens UHT komt belanghebbende niet in aanmerking voor compensatie omdat uit de systemen niet volgt dat hij ooit KOT heeft aangevraagd. Belanghebbende betwist dit en stelt dat UHT onvoldoende heeft onderbouwd dat hij in de jaren 2005 tot en met 2019 geen KOT heeft aangevraagd.

De Commissie overweegt dat op grond van artikel 2.1, lid 1, van de Wht, alleen compensatie wordt toegekend aan aanvragers van KOT. De Commissie constateert dat uit alle beschikbare informatie, waaronder de systemen van B/T (productie 8 (beschikkingenoverzicht), productie 10 (SAS) en productie 11(TVS)) op geen enkele wijze blijkt dat belanghebbende in enig jaar KOT heeft aangevraagd. De Commissie wijst in dit kader op de uitspraak van rechtbank Rotterdam van 25 september 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:9426. Hieruit volgt dat de bewijslast voor het recht op compensatie bij de aanvrager van de compensatie ligt. Als aannemelijk is dat de aanvrager recht heeft op compensatie, wordt deze toegekend. Aannemelijk maken betekent dat belanghebbende aan de hand van verklaringen en stukken duidelijk moet maken dat zijn stellingen juist zijn. Dit betekent niet dat van belanghebbende wordt gevergd al de ingenomen stellingen te bewijzen met objectief verifieerbare bewijsstukken, maar wel dat de stellingen van belanghebbende worden ondersteund door of passen bij de overige aanwezige informatie.

De Commissie is van mening dat belanghebbende onvoldoende tegenover de door UHT aangeleverde informatie heeft gesteld. Naast de verklaring van belanghebbende dat hij wel degelijk aanvrager was van KOT, heeft hij ook stukken overgelegd waaruit volgt dat hij op 23 juli 2015 een plaatsingsovereenkomst is aangegaan met een peuterspeelzaal voor zijn oudste kind (producties 13 en 14). Die informatie is volgens de Commissie echter onvoldoende om aan te nemen dat door belanghebbende KOT is aangevraagd. De Commissie meent bovendien dat uit de door gemachtigde aangevoerde correspondentie tussen belanghebbende en diens persoonlijk zaakbehandelaar niet kan worden afgeleid dat aan UHT meer stukken zijn toegezonden dan de hierboven genoemde stukken uit producties 13 en 14.

Op de hoorzitting en in zijn reactie van 10 juni 2025 heeft gemachtigde gewezen op het bij de Belastingdienst gehanteerde Heidi-systeem. Volgens hem is voor herstel van vertrouwen noodzakelijk dat belanghebbende inzage krijgt in alle documenten en systemen, waaronder het Heidi-systeem. Uit dit systeem zou mogelijk kunnen blijken dat belanghebbende wel KOT aanvragen heeft ingediend, maar dat deze onmiddellijk zijn uitgeworpen, wellicht naar een CAF-team. Dat zou volgens hem mogelijk kunnen verklaren waarom geen KOT aanvragen in de systemen van B/T staan. Aanvullend heeft gemachtigde betoogd dat de registratie door het Heidi-systeem van de stappen bij een digitale aanvraag onder de ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ valt omdat op grond hiervan kan worden beoordeeld of een aanvraag is ingediend. De Commissie stelt vast dat niet in geschil is dat UHT niet beschikt over toegang tot of inzage in het Heidi-systeem. Daarmee valt dit naar de Commissie meent buiten deze bezwaarprocedure. Om inzage te krijgen in het Heidi-systeem staat voor belanghebbende een verzoek op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) open.

Hardheid van het stelsel

Bij gebrek aan wetenschap betwist belanghebbende dat B/T over 2005 tot en met 2019 rekening heeft gehouden met zijn beslagvrije voet, terwijl de gegevens hiervoor wel bij B/T voorhanden waren. De Commissie stelt vast dat in de voorhanden gegevens geen enkel aanknopingspunt is te vinden voor terugvorderingen van KOT, zodat deze bezwaargrond reeds daarom niet kan slagen.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Secretaris

Fungerend voorzitter