BAC 2023-13704
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 23 mei 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 16 juli 2025
Overdracht advies aan UHT: 23 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 23 mei 2023 (UHT-DCHA).
Aan belanghebbende is bij deze beschikking met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 en 2007.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 15 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2006 en 2007.
- UHT heeft bij beschikking van 16 december 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 25 april 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2006 en 2007 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2006 en 2007.
- Gemachtigde heeft bij brief van 26 juni 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 14 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- UHT heeft op 7 juli 2025 op verzoek het overzicht van het Landelijk Incasso Centrum (LIC) van 2016 toegezonden.
- Kantoorgenoot van gemachtigde, heeft bij brief van 10 juli 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- Op 16 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gelet op de aangevoerde bezwaargronden gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming over toeslagjaar 2007 af te wijzen.
Belanghebbende voert aan dat Belastingdienst/Toeslagen (B/T) vooringenomen heeft gehandeld door haar KOT voor het jaar 2007 op nihil te stellen wegens non-response. Belanghebbende verwijst hiervoor naar de RKT-behandelstap van 27 april 2009 (productienummer 127001).
Belanghebbende stelt dat zij wel degelijk heeft gereageerd met een antwoordformulier van 13 januari 2009 (productienummer 1207003). Hierop heeft zij vermeld dat in 2007 geen sprake is geweest van kinderopvang, maar dat wel kosten in rekening zijn gebracht ter hoogte van € 2.691,-. Het had op de weg van B/T gelegen om nader uitvraag te doen naar deze kosten.
De Commissie overweegt dat belanghebbende met een melding van 22 december 2006 de KOT met ingang van 1 januari 2007 heeft stopgezet. Bij beschikking van 9 maart 2007 is de KOT 2007 op nihil gesteld. Dit betekent dat de RKT-behandelstap van 27 april 2009, met de mededeling ‘toeslag 2007 op nihil gesteld in verband met non-response’, geen (rechts)gevolg heeft gehad. De nihilstelling is immers niet het gevolg van de door belanghebbende op het antwoordformulier van 13 januari 2009 vermelde informatie, maar heeft al met de beschikking van 9 maart 2007 plaatsgevonden.
De informatie op het antwoordformulier bevestigt dat in 2007 geen sprake is geweest van opvang. De enkele mededeling dat wel kosten in rekening zijn gebracht hoefde, anders dan belanghebbende heeft gesteld, voor B/T geen aanleiding te zijn om nader uitvraag te doen. De Commissie merkt daarbij op dat het door belanghebbende vermelde bedrag aan opvangkosten, te weten € 2.691,-, het bedrag van de terugvordering betreft minus het eerste betaalde termijnbedrag van € 117,-.
Gelet op de genoemde feiten en omstandigheden overweegt de Commissie dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat bij de terugvordering van de KOT 2007 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Belanghebbende heeft zich verder op het standpunt gesteld dat B/T niet heeft gereageerd op haar verzoek om een persoonlijke betalingsregeling en dat zij in aanmerking komt voor een opzet/grove schuld (hierna: O/GS) tegemoetkoming.
De Commissie stelt vast dat het bezwaarschrift van belanghebbende van 1 mei 2007 opgevat had moeten worden als een verzoek om een persoonlijke betalingsregeling. Dit is ten onrechte niet gebeurd. Daarnaast blijkt uit het dossier dat zowel belanghebbende als haar budgetcoach regelmatig contact hebben opgenomen met B/T over de financiële situatie van belanghebbende, maar dat desondanks geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend. Ter zitting heeft UHT erkend dat een en ander niet goed is verlopen.
Verder volgt uit een interne notitie van de persoonlijk zaakbehandelaar dat in het onderhavige geval, bij een afwijzing van de betalingsregeling, vrijwel zeker sprake zou zijn geweest van een O/GS-kwalificatie.
De Commissie overweegt dat vermelde omstandigheden meebrengen dat belanghebbende door UHT dient te worden behandeld alsof haar op grond van een zogenoemde O/GS-kwalificatie een persoonlijke betalingsregeling werd geweigerd. Zoals ter zitting door UHT bevestigd is in de situatie van belanghebbende een ‘O/GS-label’ niet terecht. Dit betekent dat daaraan de gevolgen moeten worden verbonden die horen bij een onterechte O/GS-kwalificatie. De Commissie adviseert UHT daarom belanghebbende alsnog een tegemoetkoming op grond van artikel 2.6, Wht voor het jaar 2007 toe te kennen.
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- het bestreden besluit te herroepen en alsnog een tegemoetkoming conform artikel 2.6, Wht voor het jaar 2007 toe te kennen;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
Secretaris
Fungerend voorzitter