Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12699

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluiten: 7 oktober 2021 (UHT-DC I) en 28 november 2024 (UHT-DCHOA)

Hoorzitting: 19 mei 2025 om 10:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 30 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren, de compensatie voor de toeslagjaren 2010, 2011, 2012, 2014 en 2015 opnieuw te berekenen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag van 7 oktober 2021 met kenmerk UHT-DC I en 28 november 2024 met kenmerk UHT-DCHOA.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) compensatie toegekend voor een bedrag van € 58.640,- voor de jaren 2010, 2011, 2012, 2014 en 2015.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 en 2013.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 6 februari 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 tot en met 2015.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 12 april 2021 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2009 en 2013 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 57.758,-.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DC I aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 58.640,-voor de jaren 2010, 2011, 2012, 2014 en 2015.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 24 maart 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCHOA aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2009 en 2013.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 januari 2025, ingekomen op 24 maart 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 21 november 2024 en 25 maart 2025 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Op 19 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft op 20 mei 2025 een aanvullende reactie ingediend.
  • Gemachtigde heeft op 27 mei 2025 schriftelijk gereageerd op de aanvullende reactie van UHT.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden besluiten

Onvoldoende gemotiveerd, ontbrekende stukken en equality of arms
De Commissie is van oordeel dat UHT de bestreden beschikkingen, met de in de bezwaarfase verschafte stukken en informatie, voldoende zorgvuldig heeft voorbereid en toegelicht. Belanghebbende heeft in de bezwaarfase beschikking gekregen over de op de zaak betrekking hebbende stukken en heeft daarop kunnen reageren. Haar zaak is beoordeeld door de bezwaarschriftenadviescommissie en zij is door deze commissie gehoord. Aldus heeft belanghebbende zich procedureel gelijkwaardig verhouden met het bestuursorgaan (UHT). Het bezwaar is op dit punt ongegrond.

Toeslagjaren 2010, 2011, 2012, 2014 en 2015
Tussen partijen is niet in geschil dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) over de toeslagjaren 2010, 2011, 2012, 2014 en 2015 vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld. Hiervoor heeft UHT bij beschikking met kenmerk UHT-DC I, volgens de daarvoor geldende forfaitaire regeling van de Wht, belanghebbende een definitief compensatiebedrag toegekend van € 58.640,-.
Het compensatiebedrag is vastgesteld aan de hand van een compensatie-berekening.

Naar aanleiding van het bezwaar heeft UHT de compensatieberekening ambtshalve nader bekeken en geconstateerd dat de compensatieberekening nog opgesteld was volgens een verouderd format. UHT heeft de compensatie-berekening opnieuw bekeken en meerdere componenten aangepast. UHT heeft bij haar schriftelijke reactie een bijlage compensatieberekening gevoegd, waarin de aanpassingen die zij bij beslissing op bezwaar wil doorvoeren zijn opgesomd.

De Commissie heeft naar de voorgenomen aanpassingen gekeken en deze komen haar juist voor. Gelet op het voorgaande slaagt het bezwaar tegen de bestreden beschikking. De Commissie zal UHT adviseren de voorgestelde aanpassingen bij beslissing op bezwaar door te voeren. Het bezwaar is dus gegrond.

Toeslagjaar 2009 en 2013
Belanghebbende heeft aangegeven in haar bezwaar dat B/T ten onrechte compensatie voor de toeslagjaren 2009 en 2013 heeft afgewezen. Verder heeft belanghebbende gesteld dat er geen rekening is gehouden met de beslagvrije voet.

De Commissie overweegt als volgt.
In het toeslagjaar 2009 is er geen neerwaartse correctie geweest. De KOT is toegekend op basis van het aantal uren opvang conform een factuur van de kinderopvanginstelling over de maand oktober. De verwerking van opvanguren conform van derden verkregen informatie, mits betrouwbaar, is niet aan te merken als een vooringenomen handeling van B/T. De Commissie ziet geen aanleiding de betrouwbaarheid van de verschafte informatie in twijfel te trekken.

In het toeslagjaar 2013 heeft eenmaal een neerwaartse correctie plaatsgevonden. Dit betreft de beschikking van 23 april 2013. De periode van opvang is aangepast in verband met een telefonische stopzetting door belanghebbende per 31 mei 2013. Omdat deze verwerking is gebaseerd op verkregen informatie van belanghebbende, kan deze neerwaartse bijstelling niet worden aangemerkt als een individuele vooringenomen handeling door B/T.

Ter zitting heeft belanghebbende nog duidelijkheid gevraagd over de uitbetaling KOT in augustus 2013 voor de periode vanaf 16 juni 2013 en aangevoerd dat niet duidelijk is of de opvanguren juist zijn.

UHT heeft bij aanvullende reactie op 20 mei 2025 een TVS-melding overgelegd van 4 juli 2013 van de aanvraag van belanghebbende voor BSO per 16 juni 2013. Normaliter wordt over een wijziging een maand later beschikt, echter is nu beschikt op 21 augustus 2013, aldus UHT. De uitbetaling heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2013.

De Commissie overweegt dat er geen sprake is van verrekeningen van KOT die zien op de toeslagjaren 2009 en 2013. De vraag of er rekening is gehouden met de beslagvrije voet is dan ook niet aan de orde.

Het hiervoor aan de orde gestelde leidt de Commissie tot het advies het bezwaar op deze punten ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie het bezwaar gegrond acht, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.

Conclusie

De Commissie adviseert UHT bij beslissing op bezwaar:

  • het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I gegrond te verklaren;
  • de compensatie vast te stellen zoals in de compensatiebijlage bij de beschouwing van UHT;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen op basis van 2 procespunten met een wegingsfactor 2. De Commissie adviseert daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter