Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-11232

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 25 november 20232 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 25 oktober 2024 om 13:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 24 maart 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH deels gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT op 25 november 2022 genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCH, waarbij met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) aan belanghebbende over de toeslagjaren 2012, 2013 en 2014 een compensatiebedrag van € 25.346 is toegekend.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 16 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012, 2013 en 2014.
  • UHT heeft bij beschikking van 26 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor en betaling van € 30.000.
  • Per stelbrief van 10 juni 2022 heeft belanghebbende gemachtigde aangesteld als haar procesvertegenwoordiger.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 25 november 2022 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 25.346.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 27 december 2022, ingekomen op 28 december 2022 een bezwaarschrift ingediend tegen de beschikking van 25 november 2022 met kenmerk UHT-DCH.
  • UHT heeft op 25 juli 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Het dossier is aan gemachtigde toegezonden op 15 augustus 2024.
  • Op 25 oktober 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 29 november 2024 aanvullende beschouwingen aangeleverd omtrent de feitelijk nulstelling c.q. stopbrief van 8 april 2015 en component f n.a.v. SAS-2014.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Gelet op het verhandelde ter zitting, waarbij belanghebbende heeft aangegeven dat de meeste bezwaargronden naar tevredenheid zijn toegelicht door UHT, resteren nog de volgende, door de Commissie te bespreken, bezwaren tegen het bestreden besluit.

Beoordeling forfaitaire compensatieberekening 2012, 2013 en 2014

Tussen partijen is niet in geschil dat de Belastingdienst/Toeslagen over de toeslagjaren 2012, 2013 en 2014 vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld. Hiervoor heeft UHT bij beschikking van 25 november 2022 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een definitief compensatiebedrag toegekend van € 25.346 volgens de daarvoor geldende forfaitaire regeling van de Wht. Het compensatiebedrag is vastgesteld aan de hand van een compensatieberekening.

Rentevergoeding over gemiste KOT
Gemachtigde voert aan dat UHT is uitgegaan van een onjuiste startdatum voor de berekening van de rentevergoeding over gemiste KOT (onderdeel o in de compensatieberekening). In de compensatieberekening is voor alle gecompenseerde toeslagjaren uitgegaan van de startdatum 13 mei 2015. Volgens gemachtigde dient de startdatum voor de rentevergoeding voor het toeslagjaar 2012 te worden vastgesteld op 1 juli 2013, voor het toeslagjaar 2013 dient de startdatum te worden vastgesteld op 1 juli 2014 en voor het toeslagjaar 2014 dient 1 juli 2015 als startdatum te worden gehanteerd.

Ter zitting heeft UHT toegegeven dat de rentevergoedingen onjuist zijn vastgesteld. UHT heeft toegezegd de rentevergoeding over deze KOT-jaren te zullen aanpassen in de beslissing op bezwaar. Voor het toeslagjaar 2012 zal de rentevergoeding worden vastgesteld op € 4.744, voor het toeslagjaar 2013 zal de rentevergoeding worden vastgesteld op € 5.384 en voor het toeslagjaar 2014 zal de rentevergoeding worden vastgesteld op € 440.

De Commissie adviseert UHT om aan de ter zitting gedane toezeggingen gevolg te geven, de compensatieberekening aan te passen conform de ter zitting aangegeven toezeggingen en om bij haar beslissing op bezwaar een nieuwe compensatieberekening aan belanghebbende te verstrekken.

Volledigheidshalve merkt de Commissie op dat hoewel de Commissie adviseert om het bedrag van de al toegekende compensatie aan te passen, dit slechts zal leiden tot een extra uitbetaling aan belanghebbende, indien en voor zover het totaal door belanghebbende te ontvangen bedrag het eerder uitgekeerde bedrag van € 30.000 overschrijdt.

De (gedeeltelijke) gegrondbevinding van het bezwaar zal ook leiden tot aanpassing van alle, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen met inachtneming van dit advies, en daarbij zal de einddatum van de vergoeding voor immateriële schade worden vastgesteld op de datum van de dagtekening van de beslissing op bezwaar. De Commissie adviseert UHT daarbij tevens om bij de beslissing op bezwaar alsnog gemotiveerd te reageren op de stelling van belanghebbende dat de aanvangsdatum voor de berekening van de vergoeding van de immateriële schade op 8 april 2015 en niet, zoals UHT heeft gedaan, op 13 mei 2015, moet worden vastgesteld. Aangezien UHT en de Commissie het bezwaar op dit punt gegrond achten en de Commissie tot herroeping van de bestreden beschikking met het kenmerk (UHT-DCH) zal adviseren, zal tevens tot een toekenning van een proceskostenvergoeding worden geadviseerd.

Verschil met laatst vastgestelde beschikking KOT 2014
Gemachtigde is van mening dat het verschil met de laatst vastgestelde beschikking KOT (onderdeel f in de compensatieberekening) over het toeslagjaar 2014 onterecht te hoog is vastgesteld. Deze is door UHT vastgesteld op € 1.552. Gemachtigde stelt dat het bedrag bij onderdeel f, gelet op artikel 2.3, eerste lid, van de Wht en de toelichting bij de compensatieberekening, afgetopt dient te worden tot een bedrag onder onderdeel c, te weten € 1.424. Dit houdt in dat onderdeel f (€ 1.424 + € 75 (rente) =) € 1.499 dient te bedragen.

UHT heeft in haar aanvullende beschouwing aangegeven dat zij het bedrag aan alsnog toegekende kinderopvangtoeslag in mindering mag brengen op de totale compensatie. Het bedrag dat door UHT in mindering wordt gebracht mag niet hoger zijn dan het bedrag dat bij belanghebbende is teruggevorderd. In het geval van belanghebbende is het bedrag aan kinderopvangtoeslag dat zij heeft ontvangen wel hoger dan het bedrag dat is teruggevorderd, omdat het bedrag dat zij aan toeslagrente in dit jaar reeds heeft ontvangen hierbij wordt opgeteld. Aan belanghebbende is een bedrag van € 75 aan toeslagrente in het betreffende jaar uitgekeerd. Dit bedrag mag UHT in mindering brengen op de compensatie op grond van artikel 2.3, zevende lid, Wht. Het bedrag van € 1.552 (€ 1477 + 75) is derhalve juist vastgesteld bij onderdeel f.

De Commissie wenst eerst op te merken dat de bepaalde onderdelen in de uitleg bij bijlage 2 bij de compensatieberekening (uitleg berekening definitief compensatiebedrag kinderopvangtoeslag) zijn gebaseerd op het oude berekeningsformat dat UHT in het verleden heeft gebruikt. De compensatie in het geval van belanghebbende is echter berekend volgens het nieuwe berekeningsformat. Waar over punt c wordt gesproken bij de uitleg bij onderdeel f, dient uit te worden gegaan van onderdeel e in de compensatieberekening.

De Commissie overweegt dat ingevolge artikel 2.2, onder a, in samenhang gelezen met artikel 2.3, eerste lid, van de Wht, de compensatie bestaat uit een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat niet is toegekend of is teruggevorderd, als gevolg van een beschikking tot het verminderen of niet toekennen van een KOT die een direct gevolg is van institutionele vooringenomenheid of hardheid. Ingevolge artikel 2.3, eerste lid, onder b, van de Wht mag het bedrag dat alsnog aan KOT is uitgekeerd in mindering worden gebracht op het compensatiebedrag (onderdeel f). Het bedrag bij onderdeel f mag op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Wht niet meer bedragen dan het bedrag dat bij onderdeel c (lees: onderdeel e) staat opgenomen. Echter, het bedrag aan alsnog uitgekeerde KOT mag op grond van artikel 2.3, zevende lid, van de Wht wel worden vermeerderd met de rente die is vergoed op grond van een alsnog toegekende kinderopvangtoeslag. Dit bedrag is in de compensatieberekening opgenomen bij onderdeel f.

Uit het SAS-overzicht 2014 volgt dat een bedrag van € 1.477 alsnog aan KOT aan belanghebbende is uitgekeerd. Dit bedrag is bij onderdeel f in mindering gebracht op het compensatiebedrag. De Commissie stelt vast dat het bedrag van € 1.477 dat in mindering is gebracht op het compensatiebedrag niet méér bedraagt dan het bedrag dat bij onderdeel c (lees: onderdeel e) (het bedrag dat belanghebbende eerder moest terugbetalen of niet hebt gekregen inclusief rente) staat opgenomen. Het bedrag aan alsnog toegekende KOT is door UHT, conform artikel 2.3, zevende lid van de Wht, vermeerderd met een bedrag van € 75 dat aan rente is vergoed aan belanghebbende.

Het bedrag van € 1.552 (€ 1.477 + € 75) is immers aan belanghebbende ten goede gekomen. De Commissie adviseert UHT op grond van het bovenstaande om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Verschil van € 63 O/GS-regeling vs. compensatieregeling
Gemachtigde stelt dat over het toeslagjaar 2014 voor een bedrag van € 1.487 aan opzet/grove schuld is gekwalificeerd, terwijl daarentegen € 1.424 is gecompenseerd op basis van vooringenomenheid. Gemachtigde is van mening dat belanghebbende over het verschil van € 1.487 en € 1.424 gecompenseerd dient te worden, te weten: € 63. Over dit laatste bedrag is namelijk geen compensatie toegekend en gemachtigde is derhalve van mening dat hierover compensatie op basis van O/GS dient te worden toegekend.

UHT heeft in haar aanvullende beschouwing aangegeven dat voor het toeslagjaar 2014 inderdaad sprake was van een onterechte O/GS kwalificatie. Het gaat om de beschikking van 5 augustus 2016 met kenmerk T.40.0251, waarbij een bedrag van € 1.487 van belanghebbende is teruggevorderd. Voor de O/GS-tegemoetkoming moet er conform artikel 2.6 Wht gekeken worden naar het bedrag van de terugvordering. De O/GS-tegemoetkoming bedraagt 30% van het bedrag van de terugvordering. 30 % van € 1.487 bedraagt € 446,10. Dit bedrag valt lager uit dan de compensatie op grond van de compensatieregeling en valt derhalve ongunstiger uit voor belanghebbende.

De Commissie overweegt dat voor de berekening van de compensatie op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht een ander uitgangspunt geldt dan het uitgangspunt dat geldt voor de O/GS-tegemoetkoming. Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, in samenhang gelezen met artikel 2.2, onder a, van de Wht bestaat de compensatie uit een bedrag dat ‘vanwege een beschikking tot het verminderen of niet toekennen van een kinderopvangtoeslag of het beëindigen van voorschotverlening voor een kinderopvangtoeslag die een direct gevolg is van institutionele vooringenomenheid als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, of de hardheid, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b, vermeerderd met een bedrag voor de rente die is begrepen in een beschikking tot terugvordering’. Dit betreft derhalve het bedrag waar een gedupeerde recht op had vóór het vooringenomen handelen door B/T (de onterechte neerwaartse correctie). In casu gaat het hier om de beschikking van 21 november 2014 met kenmerk T1400131 waarin een bedrag van € 1.424 aan belanghebbende is toegekend.

Ingevolge artikel 2.6, tweede lid, van de Wht bedraagt de O/GS-tegemoetkoming 30% van het bedrag van de terugvordering. Zoals gemachtigde reeds heeft aangestipt, bedraagt het bedrag van de terugvordering op basis van de onterechte O/GS-kwalificatie

€ 1.487. Echter, dit betekent niet dat voor de compensatieregeling op grond van artikel 2.1, eerste lid, in samenhang met artikel 2.2, van de Wht hetzelfde uitgangspunt moet worden genomen zoals dit geldt voor de O/GS-tegemoetkoming. Immers, een tegemoetkoming op basis van de compensatieregeling is gebaseerd op een ander wettelijk kader dan het wettelijk kader zoals dit geldt voor de tegemoetkoming op basis van de O/GS-regeling. UHT heeft derhalve terecht het bedrag van € 1.424 gehanteerd als uitgangspunt voor de compensatieberekening. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel
Aangezien de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, zoals volgt uit het voorgaande, staat vast dat de totstandkoming deels onvoldoende zorgvuldig is geweest en deels ook onvoldoende is gemotiveerd.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie, als gezegd, het bezwaar deels gegrond acht en adviseert om het primaire besluit te herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gericht tegen de beschikking van 25 november 2022 met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • de, ingevolgde de Wht daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij, conform het door UHT zelf op dit punt gehanteerde beleid, de einddatum van de daarvoor in aanmerking komende vergoedingen vast te stellen op de datum tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit in zoverre te herroepen;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter