Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-11213

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 9 december 2022 (UHT-DCH)

Hoorzitting: Geen

Overdracht advies aan UHT: 9 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar deels gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

De door de gemachtigde namens de belanghebbende ingediende bezwaren zijn gericht tegen de op 9 december 2022 door UHT genomen definitieve beschikking met kenmerk UHT-DCH, waarbij aan belanghebbende over de toeslagjaren 2015 tot en met 2018 compensatie is toegekend van in totaal € 30.904,- wegens vooringenomen handelen. Over het toeslagjaar 2019 is geen compensatie toegekend aan belanghebbende.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft UHT op 9 juli 2020 verzocht om een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). UHT heeft bij de herbeoordeling gekeken naar de toeslagjaren 2015 tot en met 2019.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft op 20 mei 2022 het verzoek van belanghebbende beoordeeld en aangegeven dat belanghebbende over het toeslagjaar 2019 geen recht heeft op compensatie.
  • De Commissie, bestaande uit de voorzitter en 2 commissieleden, heeft het bezwaar behandeld in haar vergadering van 7 mei 2025.
  • UHT heeft belanghebbende bij beschikking van 9 december 2022 met kenmerk UHT-DCH (bestreden beschikking) een compensatiebedrag toegekend van in totaal € 30.904,- wegens vooringenomen handelen over de toeslagjaren 2015 tot en met 2018. Over het toeslagjaar 2019 heeft UHT geen compensatiebedrag toegekend aan belanghebbende.
  • Bij brief van 1 januari 2023 heeft gemachtigde bezwaar gemaakt tegen de bestreden beschikking. Gemachtigde heeft de gronden van het bezwaar bij schrijven van 1 oktober 2023 aangevuld.
  • UHT heeft bij beschouwing van 19 april 2024 schriftelijk gereageerd.
  • Op 5 mei 2025 heeft gemachtigde de Commissie verzocht de hoorzitting te annuleren omdat zij akkoord gaat met de schriftelijke reactie van UHT van
    19 april 2024.
  • De Commissie heeft het verzoek op 6 mei 2025 gehonoreerd met de mededeling dat het bezwaar op stukken zal worden afgedaan. Ingevolge artikel 7:3 onderdeel c van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ziet de Commissie af van het horen van belanghebbende.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Beoordeling afwijzing compensatie 2019
UHT is gedurende de bezwaarprocedure tot het oordeel gekomen dat belanghebbende recht heeft op compensatie over het toeslagjaar 2019 wegens vooringenomenheid. De Commissie constateert dat het toeslagjaar 2019 niet meer in geschil is tussen partijen. Zij adviseert UHT de berekening van de hoogte van de compensatie over dit toeslagjaar mee te nemen in de beslissing op bezwaar.

Beoordeling forfaitaire compensatieberekening over de toeslagjaren 2015 tot en met 2018

Tussen partijen is niet in geschil dat de Belastingdienst/Toeslagen tegenover belanghebbende over de toeslagjaren 2015 tot en met 2018 individueel vooringenomen heeft gehandeld. UHT heeft bij de bestreden beschikking een forfaitair compensatiebedrag van in totaal € 30.904,- toegekend aan de hand van een compensatieberekening. Belanghebbende heeft deze compensatieberekening op verschillende punten bestreden.

UHT heeft in de beschouwing van 19 april 2024 geconstateerd dat meerdere onderdelen van de compensatieberekening onjuist zijn berekend. Het gaat om:

  • onderdeel d, de in rekening gebrachte toeslagrente voor de toeslagjaren 2015 en 2017;
  • onderdeel e, de kinderopvangtoeslag die niet is gekregen of die terugbetaald moest worden, voor de toeslagjaren 2015 en 2017;
  • onderdeel h, het bedrag voor materiële schade voor de toeslagjaren 2015 en 2017;
  • onderdeel o, de rente gemiste KOT voor de toeslagjaren 2015 tot en met 2018;
  • onderdeel n, de immateriële schadevergoeding voor de toeslagjaren 2016 tot en met 2018;

Onderdeel g, de KOT die niet is terugbetaald of niet is verrekend, over het toeslagjaar 2018 is volgens UHT juist berekend. Dit blijkt uit het LIC overzicht over dit jaar.

UHT geeft aan de onjuist berekende onderdelen conform de bij de beschouwing gevoegde gewijzigde compensatieberekening te zullen aanpassen bij de beslissing op bezwaar, voor zover dit niet in het nadeel van belanghebbende is. De gemachtigde van belanghebbende heeft geconstateerd dat deze gewijzigde compensatieberekening juist is.

Commissie komt niet tot een ander oordeel, acht de berekening van UHT juist en zal in lijn hiermee adviseren. De Commissie acht het bezwaar in zoverre gegrond.

Vergoeding immateriële schade tot het moment van de beslissing op bezwaar
UHT heeft zich in de beschouwing op het standpunt gesteld dat 21 december 2016 de juiste startdatum is voor de forfaitaire vergoeding van de immateriële schade, maar dat de eerder gehanteerde startdatum van 16 december 2016 niet zal worden aangepast omdat deze in het voordeel van belanghebbende is. Verder zal UHT de immateriële schadevergoeding doorberekenen tot het moment van de beslissing op bezwaar.

De Commissie stemt hiermee in. Het vorenstaande brengt mee dat ook de aanvullende vergoeding (onderdeel p) van de compensatieberekening opnieuw berekend en vastgesteld moet worden.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie het bezwaar deels gegrond acht en adviseert om het primaire besluit te herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van één procespunt (bezwaarschrift) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie UHT bij beslissing op bezwaar:

  • het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren; en daarbij
  • de compensatieberekening op stellen over het toeslagjaar 2019;
  • de compensatieberekening over de toeslagjaren 2015 tot en met 2018 aan te passen voor de onderdelen d, e, h, o, n en p zoals omschreven in de schriftelijke reactie van 19 april 2024 van UHT;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van één procespunt met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter