Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-11181

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 december 2022 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 26 augustus 2025 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 15 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie om het verzoek voor een proceskostenvergoeding toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen beschikking van 30 december 2022 met het kenmerk UHT-DCH (hierna: bestreden beschikking).

In de bestreden beschikking is aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend van € 46.297. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna B/T) heeft over de toeslagjaren 2013 tot en met 2017 fouten gemaakt bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 1 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de KOT over de toeslagjaren 2013 tot en met 2019.
  • UHT heeft bij beschikking van 21 augustus 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 45.887.
  • De Commissie van Wijzen heeft op 15 september 2022 aan UHT geadviseerd dat de compensatieregeling niet van toepassing is voor december 2016 en de toeslagjaren 2018 en 2019.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 46.297.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 24 januari 2023, ingekomen op 26 januari 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 3 april 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 6 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 26 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Equality of arms
Belanghebbende voert aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad, omdat zij niet de beschikking krijgt over haar persoonlijk en/of volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt. De Commissie overweegt hierover het volgende.

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.

Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift, met alle van belang zijnde producties is aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten en gelegenheid gehad om daarop te reageren.

Naar het oordeel van de Commissie is daarmee in voldoende mate invulling gegeven aan de procedurele waarborgen van de Awb. Het bezwaar is op dit punt ongegrond.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende stelt dat het besluit niet voldoende zorgvuldig is genomen en onvoldoende is gemotiveerd.

De Commissie overweegt dat met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken – waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum (LIC) overzichten - in ieder geval geen sprake is van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikking behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking leidt immers niet tot het herroepen daarvan. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

December 2016
Belanghebbende stelt dat de situatie in 2016 niet is gewijzigd. Om deze reden is zij van mening dat zij ook voor december 2016 gecompenseerd dient te worden.

UHT heeft in haar schriftelijke reactie en aanvullende beschouwing uiteengezet dat er geen sprake is geweest van vooringenomenheid of hardheid in december 2016.

De Commissie acht het standpunt van UHT navolgbaar en overweegt dat op grond van de stukken niet is gebleken dat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van gekwalificeerde opvang in december 2016. De Commissie stelt vast dat belanghebbende geen voorschot toegekend heeft gekregen over december 2016 en dat derhalve ook geen uitbetaalde bedragen aan KOT zijn teruggevorderd bij belanghebbende. De Commissie adviseert aan UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Toeslagjaren 2018 en 2019
De Commissie overweegt dat, gelet op hetgeen uit het dossier blijkt, niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaren 2018 en 2019 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de B/T dan wel hardheid van het stelsel.
De terugvordering KOT over toeslagjaren 2018 en 2019 was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd.

Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.

De Commissie onderschrijft het standpunt van UHT zoals is toegelicht in de schriftelijke reactie en adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Rentevergoeding gemiste KOT

De Commissie volgt het standpunt van UHT, zoals is uiteengezet in de schriftelijke reactie en ter zitting is bevestigd, dat de eerdere berekening met betrekking tot de rentevergoeding over gemiste KOT in de compensatieberekening dient te worden aangepast in het voordeel van belanghebbende. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en de compensatie opnieuw te berekenen.

Immateriële schadevergoeding
Gelet op het voorgaande dient ook de immateriële schadevergoeding berekend te worden tot de datum van de beslissing op bezwaar.

Aanvullende vergoeding
De Commissie merkt op dat bovenstaande aanpassing tot gevolg heeft dat ook de aanvullende vergoeding van 1% dient te worden berekend tot de datum van de beslissing op bezwaar.

Opzet/grove schuld (hierna: O/GS)
De Commissie overweegt dat tijdens de hoorzitting het uitzoekwerk over de vaststelling van de O/GS over 2013 en 2015 aan de orde is geweest. Belanghebbende heeft aangegeven dat zij deze constatering nader toegelicht wil hebben met onderbouwende stukken. De Commissie acht het onvoldoende dat door UHT enkel wordt verwezen naar productie 81 in het dossier waarin slechts de vaststelling van O/GS te lezen is en niet hoe dit is vastgesteld. Als er nadere informatie hieromtrent intern beschikbaar is, dan is het begrijpelijk dat belanghebbende daar behoefte aan heeft.

De Commissie adviseert dat UHT in het besluit op bezwaar alsnog een duidelijke en begrijpelijke toelichting geeft over de wijze waarop de O/GS vaststelling heeft plaatsgevonden met voor zover van toepassing een verwijzing naar de hieraan ten grondslag liggende stukken.

Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en het advies van de Commissie ertoe strekt om de primaire beschikking met kenmerk UHT-DCH te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor 2.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • de compensatieberekening aan te passen in lijn met de schriftelijke reactie;
  • de O/GS vaststelling bij de beslissing op bezwaar nader te onderbouwen;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter