BAC 2022-11050
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 26 september 2022 (UHT-DC-I A)
Hoorzitting: 15 mei 2025
Overdracht advies aan UHT: 3 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) geen compensatie toegekend voor de jaren 2008 tot en met 2014.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moet de bestreden beschikking geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 5 juni 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 tot en met 2014.
- UHT heeft bij beschikking van 1 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 23 mei 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2008 tot en met 2014.
- Gemachtigde heeft bij brief van 26 september 2022, ingekomen op 11 oktober 2022, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 18 juli 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 29 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 15 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde een aanvullende productie overgelegd. Deze productie is toegevoegd aan het bezwaardossier.
- Op 2 juni 2025 heeft UHT een aanvullende informatie aangeleverd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Ter zitting heeft gemachtigde te kennen gegeven dat de bezwaren zich beperken tot de hierna te bespreken aspecten.
De toeslagjaren 2005 tot en met 2007
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat onduidelijk is waarom de toeslagjaren 2005 tot en met 2007 niet zijn meegenomen in de herbeoordeling. In haar ogen had dit moeten gebeuren, omdat ook in deze toeslagjaren sprake was van KOT.
De Commissie stelt vast dat het verzoek om herbeoordeling van belanghebbende alleen zag op de toeslagjaren 2008 tot en met 2014. Er kan niet worden geconcludeerd dat UHT heeft nagelaten deze toeslagjaren in de herbeoordeling te betrekken en dat om die reden de bestreden beschikking moet worden herroepen. Het oorspronkelijke verzoek en de bestreden beschikking bepalen de omvang van de onderhavige bezwaarprocedure.
Daarom ziet de Commissie geen mogelijkheden om de toeslagjaren 2005 tot en met 2007 (alsnog) in haar advies te betrekken. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.
Het toeslagjaar 2013
Belanghebbende voert aan dat ten onrechte geen compensatie is toegekend voor het toeslagjaar 2013.
De Commissie overweegt dat, gelet op een en ander, niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor dit toeslagjaar sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT over 2013 was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen is herzien. Uit het dossier blijkt dat de KOT is vastgesteld conform de door belanghebbende zelf verstrekte gegevens, waaronder wijzigingen in het aantal opvanguren. De totale opvanguren zijn vervolgens verlaagd op basis van de door belanghebbende gewerkte uren.
De Commissie begrijpt dat het voor belanghebbende ingrijpend is geweest dat zij door een burn-out tijdelijk niet voor haar kinderen kon zorgen en juist aangewezen was op kinderopvang, maar de bijstellingen zijn wél conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van
belanghebbende anders over te oordelen. Verder is ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Belanghebbende heeft verzocht om toekenning van een proceskostenvergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, adviseert de Commissie belanghebbende om geen proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter