Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12682

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 15 februari 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 27 maart 2025 om 10:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 25 april 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2010 en 2011.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 21 juni 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 en 2011.
  • UHT heeft bij beschikking van 13 juli 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000 (Catshuisregeling).
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 1 februari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2010 en 2011 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2010 en 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 28 maart 2023, ingekomen op 28 maart 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 16 mei 2023, ingekomen op 16 mei 2023, het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 3 juli 2024 schriftelijk op het bezwaarschrift van belanghebbende, alsmede op de aanvulling daarvan, gereageerd.
  • Gemachtigde heeft het bezwaarschrift op 21 maart 2025 per e-mail opnieuw aangevuld.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 31 maart 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. In deze schriftelijke reactie, gedateerd op 26 maart 2025, is aangekondigd dat belanghebbende zal worden gecompenseerd op grond van vooringenomen handelen voor de toeslagjaren 2010 en de maanden januari tot en met oktober van het toeslagjaar 2011. Vervolgens heeft UHT de Commissie op 14 april 2025 nogmaals een aanvullende beschouwing toegestuurd. Aan deze aanvullende beschouwing, gedateerd 10 april 2025, is een compensatieberekening gehecht. Op 14 april 2025 heeft belanghebbende op de aanvullende beschouwingen en de compensatieberekening gereageerd. Op 23 april 2025 heeft gemachtigde telefonisch bevestigd dat belanghebbende afziet van de mogelijkheid om naar aanleiding van de aanvullende beschouwing en de compensatieberekening van UHT nader te worden gehoord.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Uit het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift volgt dat het bezwaar zich richt tegen de afwijzing van de compensatie voor de toeslagjaren 2010 en 2011. Belanghebbende stelt dat de Belastingdienst / Toeslagen (hierna: B/T) in die jaren vooringenomen jegens haar heeft gehandeld en dat zij in beide jaren recht had op kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). Daarnaast meent belanghebbende dat UHT te hoge eisen stelt aan het door haar in het kader van de hersteloperatie te leveren bewijs van haar recht op KOT, haar deelname aan een re-integratietraject, de kinderopvang en alle overige voor de door UHT te nemen beslissing relevante omstandigheden.

Belanghebbende beroept zich op het gelijkheidsbeginsel en stelt dat aan haar door UHT ten onrechte hogere eisen worden gesteld dan aan andere ouders die bijstand hebben ontvangen en een re-integratietraject volgden. De beslissing van UHT om geen compensatie toe te kennen voor de toeslagjaren 2010 en 2011 zou aldus op onjuiste gronden zijn genomen. Belanghebbende meent dat het bestreden besluit dient te worden herroepen en verzoekt om veroordeling van UHT in de kosten van de bezwaarprocedure.

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2010 en 2011 af te wijzen.

Vooringenomen handelen 2010 en 2011
Belanghebbende heeft in de bezwaarprocedure informatie van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna: UWV) ingebracht op grond waarvan UHT aanleiding heeft gezien haar standpunt, dat belanghebbende niet in aanmerking zou komen voor compensatie op grond van de Wht, te herzien. Uit het verhaal van belanghebbende en de informatie van UWV heeft UHT geconcludeerd dat belanghebbende in de toeslagjaren 2010 en 2011 doelgroeper was en om die reden op grond van de Wet kinderopvangtoeslag (hierna: Wko) voor KOT in aanmerking kwam. Op grond het verhaal van belanghebbende en informatie uit de KOI-viewer is voor UHT ook voldoende aannemelijk dat belanghebbende kinderopvang heeft genoten van 1 januari 2010 tot en met 31 oktober 2011. Nadien stond de kinderopvangorganisatie waarvan belanghebbende gebruik heeft gemaakt niet meer geregistreerd. Noch uit de KOI-viewer, noch uit andere gegevens kan volgens UHT blijken dat belanghebbende na 31 oktober 2011 nog van kinderopvang gebruik heeft gemaakt. Aldus heeft UHT in haar aanvullende beschouwing van 26 maart 2025 geconcludeerd dat belanghebbende compensatie toekomt op grond van vooringenomen handelen over het jaar 2010 en de maanden januari tot en met oktober 2011. UHT heeft in de compensatieberekening, gedateerd 14 april 2025, berekend welke compensatie belanghebbende toekomt ervan uitgaande dat op 1 mei 2025 een beslissing op bezwaar zou kunnen worden genomen. Belanghebbende kan zich in het standpunt van UHT en de berekening van de compensatie per 1 mei 2025 vinden.

De Commissie adviseert UHT het bezwaar gegrond te verklaren het primaire besluit te herroepen en te berekenen welke compensatie belanghebbende op de datum van de beslissing op bezwaar toekomt.

Proceskostenvergoeding
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 1 procespunt (verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en de bestreden beschikking, met inachtneming van dit advies, te herzien.
Tevens adviseert de Commissie daarbij om belanghebbende een proceskosten-vergoeding toe te kennen voor de bijstand tijdens de hoorzitting (1procespunt met een wegingsfactor 2).

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter