BAC 2023-12628
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 7 februari 2023 (UHT-DCH) en 9 februari 2023
(UHT-O OGS B)
Hoorzitting: 7 mei 2025
Overdracht advies aan UHT: 21 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 7 februari 2023 en de definitieve beschikking tegemoetkoming opzet/grove schuld (O/GS) van 9 februari 2023.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 73.733,- voor de jaren 2007 tot en met 2009 en 2011 en geen compensatie toegekend voor het jaar 2010. Ook is aan belanghebbende een O/GS-tegemoetkoming toegekend van
€ 6.363,- voor het jaar 2011.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 11 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 tot en met 2011.
- UHT heeft bij beschikking van 26 mei 2021 aan belanghebbende meegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 19 december 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het jaar 2010 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 73.733,- voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2009 en 2011 en geen compensatie toegekend voor het jaar 2010.
- UHT heeft bij de tevens bestreden beschikking met kenmerk UHT-O OGS B aan belanghebbende een O/GS-tegemoetkoming toegekend van € 6.363,- voor het jaar 2011.
- Gemachtigde heeft bij brief van 15 maart 2023 tegen deze beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brieven van 5 september 2023 en 18 april 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 6 augustus 2024 en op 6 mei 2025 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Op 7 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden besluiten
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2007 tot en met 2009 en 2011 op de juiste wijze heeft berekend. De Commissie stelt vast dat de beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor het jaar 2010 af te wijzen niet in geschil is. Evenmin is in geschil of UHT de O/GS-tegemoetkoming over 2011 juist heeft bepaald.
Rente over gemiste KOT
Op grond van artikel 2.2, aanhef onder g, Wht wordt rente vergoed over het niet uitgekeerde bedrag vanwege het verminderen of niet toekennen van de KOT of het beeindigen van de voorschotverlening van KOT. De rente wordt volgens artikel 2.3, lid 7, Wht berekend over het bedrag aan compensatie voor correctiebesluiten met overeenkomstige toepassing van artikel 27 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir). Op grond van artikel 27 Awir wordt de rente enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt op 1 juli van het jaar volgend op het berekeningsjaar en eindigt op de dag van de datum van de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, tot herziening van de tegemoetkoming of tot herziening van de terugvordering.
De Commissie stelt vast dat de rente over gemiste KOT blijkens de toelichting op de compensatieberekening bij de bestreden beschikking (productie 8, pagina 73 van het dossier) en blijkens de renteberekeningen in productie 72 voor de toeslagjaren 2007 en 2008 is berekend vanaf 11 oktober 2011, voor toeslagjaar 2009 vanaf 24 december 2010 en voor toeslagjaar 2011 vanaf 31 juli 2014.
De door UHT gebruikte startdatum voor de berekening van de rente is dus niet
1 juli van het jaar volgend op het berekeningsjaar, maar later. Bij toepassing van de juiste startdatum, zou de te vergoeden rente over gemiste KOT hoger zijn.
De Commissie adviseert UHT de rente op juiste wijze, namelijk per de juiste startdatum over de respectievelijke jaren, te berekenen. Het bezwaar is op dit punt naar de Commissie meent, gegrond.
Vergoeding voor immateriele schade
UHT heeft de Commissie meegedeeld dat UHT, indien een bezwaar (gedeeltelijk) gegrond is, bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade - in afwijking van de Wht - als einddatum zal hanteren de datum van de beslissing op het bezwaar. De Commissie adviseert UHT daarom dit beleid ook in dit geval toe te passen.
Ten aanzien van de startdatum van de vergoeding voor immateriële schade overweegt de Commissie als volgt. Namens belanghebbende is betoogd dat de startdatum 5 augustus 2010 zou moeten zijn in plaats van 24 december 2010; dit zou leiden tot een extra vergoeding van immateriële schade van € 500,-. De Commissie volgt belanghebbende hierin niet. De beschikking van 5 augustus 2010 is naar de Commissie meent niet vooringenomen. De KOT 2009 is pas nadat twee keer uitvraag (op 26 mei 2010 en 5 juli 2010) naar de (opvang)gegevens van het gastouderbureau is gedaan (productie 37, 38) neerwaarts bijgesteld. Naar de Commissie meent, heeft de Belastingdienst/Toeslagen (B/T) niet vooringenomen gehandeld door na ontvangst van de reactie van 12 juli 2010, waarin de gegevens van het gastouderbureau ontbraken, hier niet nogmaals naar te vragen.
Component g - 2011
In de Bijlage compensatieberekening bij de aanvullende beschouwing van 6 mei 2025 stelt UHT zich op het standpunt dat component g (Niet terugbetaalde/verrekende KOT) voor 2011 € 1.025,- moet zijn in plaats van €2.892,-. Dat komt de Commissie gelet op het LIC-overzicht juist voor. De Commissie adviseert UHT het bedrag aan te passen; er wordt dan een lager bedrag in aftrek gebracht, hetgeen gunstig is voor belanghebbende.
OIGS-tegemoetkoming
Belanghebbende betoogt dat voor de jaren 2007, 2008, 2009 en 2011 een onterechte O/GS-kwalificatie geldt. Desondanks is alleen voor 2011 een O/GS-tegemoetkoming toegekend.
De Commissie overweegt dat op grond van artikel 2.6 lid 4 Wht de O/GS-tegemoetkoming en de aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade achterwege blijven indien ten aanzien van de terugvordering recht bestaat op compensatie als bedoeld in artikel 2.1 over hetzelfde berekeningsjaar of voor zover op andere wijze in een vergoeding of tegemoetkoming ter zake is voorzien. Nu voor alle genoemde jaren al recht bestaat op compensatie als bedoeld in artikel 2.1 Wht, is terecht geen O/GS-tegemoetkoming voor de jaren 2007, 2008 en 2009 toegekend. Voor 2011 is, zoals reeds vermeld, wel een O/GS-tegemoetkoming aan belanghebbende toegekend bij besluit van 9 februari 2023.
Afgifte volledig persoonlijk dossier
Belanghebbende verzoekt om toezending van haar volledige (persoonlijk) dossier. In deze bezwaarprocedure beoordeelt de Commissie of alle op deze zaak betrekking hebbende stukken zijn verstrekt overeenkomstig artikel 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit is een beperkter dossier dan het persoonlijk dossier wat alle gegevens van belanghebbende bevat, ook buiten de KOT. De beschouwing en de onderliggende stukken zijn op 25 februari 2025 aan gemachtigde gezonden. De Commissie vindt dat met het toezenden van deze stukken alle op de zaak betrekking hebbende stukken in de bezwaarprocedure aan gemachtigde zijn verstrekt. Dit bezwaar treft om die reden geen doel.
De Commissie stelt vast dat blijkens de beschouwing door UHT inmiddels een werkopdracht is aangemaakt om belanghebbende te voorzien van haar persoonlijk dossier.
Proceskostenvergoeding
Nu het primaire besluit met kenmerk UHT-DCH naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- De compensatieberekening als volgt aan te passen;
- De rente over gemiste KOT over de jaren 2007, 2008, 2009 en 2011 opnieuw te berekenen vanaf 1 juli van het jaar volgend op het respectievelijke berekeningsjaar;De vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot de datum van de beschikking op bezwaar;Component g voor 2011 vast te stellen op een bedrag van € 1.025,-;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter