BAC 2023-12627
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 16 februari 2023 (UHT-DCH ZV)
Hoorzitting: 26 maart 2025
Overdracht advies aan UHT: 30 april 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 24.513,- voor het jaar 2010. Er is geen compensatie toegekend voor de jaren 2011 en 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 10 november 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 tot en met 2012.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 13 januari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat voor de jaren 2011 en 2012 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 16 februari 2023 met kenmerk UHT-DCH ZV aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €24.513,- voor het jaar 2010 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2011 en 2012. UHT heeft bij dezelfde beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van het forfaitair bedrag van €30.000,-.
- Gemachtigde heeft bij brief van 15 maart 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 24 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Op 26 maart 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor het jaar 2010 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2011 en 2012 af te wijzen.
Op de zaak betrekking hebbende stukken
De Commissie overweegt dat belanghebbende op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb inzagerecht in zijn dossier heeft en voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht heeft op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken.
UHT heeft gedurende de bezwaarprocedure een uitgebreid bezwaardossier overgelegd en bijbehorende producties. Het komt de Commissie daarmee voor dat belanghebbende kan beschikken over de op zijn zaak betrekking hebbende stukken.
Compensatieberekening toeslagjaar 2010
Vergoeding voor immateriële schade en rente over gemiste kinderopvangtoeslag
Belanghebbende stelt dat de hoogte van de compensatie onjuist is en dat de vergoeding voor immateriële schade en rente over gemiste kinderopvangtoeslag niet juist zijn berekend.
UHT erkent in de beschouwing dat voor de berekening van de vergoeding voor immateriële schade (onderdeel n) een onjuiste start- en einddatum is gehanteerd. Als startdatum is 13 december 2011 gehanteerd in plaats van 28 december 2011. Dit is het voordeel van belanghebbende en zal ongewijzigd blijven in de compensatieberekening. De datum van de vergoeding voor de immateriële schade zal doorlopen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar.
Voorts erkent UHT in de beschouwing dat bij de berekening van de rente over kinderopvangtoeslag (onderdeel o) is uitgegaan van een onjuiste start- en einddatum. De startdatum zal bij de beslissing op bezwaar worden aangepast en de einddatum, 23 februari 2024, blijft ongewijzigd omdat de gehanteerde datum in het voordeel van belanghebbende is.
Omdat belanghebbende voor onderdeel f) (verschil met de laatst vastgestelde beschikking kinderopvangtoeslag inclusief betaalde toeslagrente) teveel uitgekeerd heeft gekregen, zal dit bedrag worden verminderd op het bedrag in onderdeel o) (productie 19). Gelet op het voorgaande zal ook de aanvullende vergoeding van 1% (onderdeel p) worden aangepast.
De Commissie stemt hiermee in en zal UHT dienovereenkomstig adviseren.
Vergoeding voor juridische hulp
Belanghebbende stelt dat hij ten aanzien van de toeslagjaren 2010 tot en met 2012 onterecht een te lage of geen vergoeding voor de juridische kosten heeft ontvangen (onderdeel m). Hij voert hiertoe aan dat hij namelijk externe juridische hulp had ingeschakeld om de terugvorderingen te bestrijden.
UHT erkent dat de vergoeding voor juridische hulp onjuist is vastgesteld op €1.518,-. Er is een onjuist tarief van € 759,- (geldend in 2022) gehanteerd.
Hier had het tarief van € 837,- (geldend in 2023) gehanteerd moeten worden.
De tarieven volgen uit het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit zal worden aangepast bij het nemen van de beslissing op bezwaar. Belanghebbende krijgt
1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een wegingsfactor van 2
(zeer zwaar), tegen het dan geldende tarief.
De Commissie neemt met instemming kennis en zal UHT in overeenstemming hiermee adviseren.
Toeslagjaren 2011 en 2012
Belanghebbende betoogt dat hij ten onrechte niet is gecompenseerd voor de toeslagjaren 2011 en 2012. Op de hoorzitting heeft belanghebbende gesteld dat uit de aanvullende beschouwing van UHT niet blijkt dat nader is onderzocht of er bijzondere omstandigheden zijn die kunnen duiden op vooringenomenheid of hardheid.
De Commissie constateert dat in 2011 geen sprake is van een neerwaartse bijstelling van de kinderopvangtoeslag van meer dan € 1.500,- (productie 26).
In 2012 was wel sprake van een neerwaartse bijstelling van meer dan € 1.500,- (productie 37), maar er was geen sprake van een tekortkoming of bijzondere/persoonlijke omstandigheden.
De aanleiding voor de terugvordering kinderopvangtoeslag over toeslagjaren 2011 en 2012 was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Voor toeslagjaar 2011 is rekening gehouden met de urenwijzigingen en de verhoging van het toetsingsinkomen (producties 24 tot en met 26).
In toeslagjaar 2012 was sprake van (telefonische) wijzigingen en een stopzettingen door belanghebbende op 29 februari 2012 en 21 juni 2012 (producties 29, 36 en 41 tot en met 44). Uit de jaaropgave blijkt dat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van kinderopvang voor de periode januari tot en met juni 2012. Dit komt overeen met de gegevens in de KOI-viewer (productie 46).
Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie volgt UHT in het standpunt dat in dit geval, toepassing gevend aan deze praktijk, geen aanspraak bestaat op compensatie vanwege hardheid van het stelsel. Gelet hierop overweegt de Commissie dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de kinderopvangtoeslag voor toeslagjaren 2011 en 2012 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen dan wel hardheid van het stelsel.
Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Werkelijk geleden schade
Belanghebbende heeft op de hoorzitting gesteld dat hij zijn onderneming uit nood heeft moeten verkopen voor een laag bedrag. Hoewel de Commissie dit betreurt, heeft deze bezwaarschriftprocedure alleen betrekking op de toekenning van de standaard vergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Hiervoor is de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade bestemd.
De Commissie heeft vernomen dat belanghebbende een verzoek heeft ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade. Aangezien dit verzoek geen onderdeel vormt van het voorliggende bezwaar, blijft dit aspect buiten de beoordeling van de Commissie.
Proceskostenvergoeding
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- de compensatieberekening als volgt aan te passen;
- de vergoeding voor immateriele schade te berekenen vanaf 13 december 2011 tot de datum van de beslissing op bezwaar;
- de rente over gemiste kinderopvangtoeslag te berekenen vanaf 1 juli 2011 tot en met 22 februari 2023;
- de vergoeding voor juridische kosten opnieuw te berekenen;
- de aanvullende vergoeding van 1% opnieuw vast te stellen.
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter