Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13658

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 28 april 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: n.v.t.

Overdracht advies aan UHT: 29 juli 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen vergoeding toegekend voor de jaren 2014, 2015 en 2016.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 5 oktober 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 tot en met 2016. Nadien is dit verzoek in overleg met belanghebbende beperkt tot de toeslagjaren 2014, 2015 en 2016.
  • UHT heeft bij beschikking van 5 april 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij nog niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 17 april 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op een vergoeding voor de jaren 2014, 2015 en 2016.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 19 juni 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft op 29 januari 2025 de gronden van het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 1 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 28 mei 2025 heeft gemachtigde namens belanghebbende aangegeven geen gebruik te willen maken van het recht om gehoord te worden en dat de zaak op stukken kan worden afgedaan.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Toeslagjaren 2014, 2015 en 2016

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2014, 2015 en 2016 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering van KOT over deze toeslagjaren was gebaseerd op de vaststellingen dat er te hoge voorschotten waren toegekend. Die voorschotten zijn naar aanleiding van reguliere wijzigingen opnieuw berekend.

Uit het bezwaardossier blijkt dat er in 2014 twee neerwaartse correcties hebben plaatsgevonden. Op 21 november 2014 is de KOT verlaagd van € 6.209 naar €4.004. Belanghebbende heeft op 9 oktober 2014 via het digitale burgerportaal een verlaging van het aantal opvanguren per 9 oktober 2014 doorgegeven voor twee kinderen. De tweede neerwaartse bijstelling heeft plaatsgevonden op 29 april 2015, waarbij de KOT is verlaagd van € 4.004 naar € 3.630. Deze verlaging heeft plaatsgevonden vanwege een hoger gezamenlijk toetsingsinkomen én informatie die de kinderopvanginstelling via de KOI-viewer aan de B/T heeft doorgegeven. De Commissie gaat uit van de stelregel dat B/T en UHT mogen uitgaan van de informatie vanuit de KOI-viewer, tenzij er contra-indicaties zijn die het tegendeel aannemelijk maken. Belanghebbende heeft geen informatie naar voren gebracht waaruit blijkt dat de informatie uit de KOI-viewer niet juist is.

Ook in 2015 hebben er twee neerwaartse correcties plaatsgevonden. Op 21 augustus 2015 is de KOT verlaagd van € 5.957 naar € 2.962. Uit het bezwaardossier blijkt dat belanghebbende via het digitale burgerportaal op 8 juli 2015 de KOT per 30 juni 2015 zelf heeft stopgezet. Vervolgens heeft op 3 maart 2017 een tweede neerwaartse bijstelling plaatsgevonden. De KOT is verlaagd van €2.962 naar € 2.338. De aanleiding hiervoor is vanwege informatie die de kinderopvanginstelling via de KOI-viewer aan de B/T heeft doorgegeven.

Tot slot heeft er in 2016 één neerwaartse correctie plaatsgevonden, namelijk op 21 april 2016, waarbij de KOT is verlaagd van € 8.738 naar € 1.406. Deze aanpassing was het gevolg van het feit dat belanghebbende op 6 maart 2015 via het digitale burgerportaal de KOT per 22 maart 2016 zelf had stopgezet.

Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Belanghebbende verzoekt om een proceskostenveroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de

Commissie ongegrond is, adviseert de Commissie belanghebbende om geen proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.

Secretaris

Fungerend voorzitter