BAC 2023-12513
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 13 maart 2023 (UHT-DCH ZV)
Hoorzitting: 4 februari 2025
Overdracht advies aan UHT: 16 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 38.069 voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft over die periode bij de beoordeling van de KOT fouten gemaakt. Belanghebbende krijgt geen compensatie voor de toeslagjaren 2014 tot en met 2016.
Procesverloop
- Op 10 februari 2021 heeft belanghebbende verzocht om herbeoordeling van de toeslagjaren 2009 tot en met 2013. In overleg met belanghebbende ziet de herbeoordeling op de toeslagjaren 2010 tot en met 2016.
- Bij beschikking van 21 april 2021 heeft UHT op basis van de uitgevoerde lichte toets op grond van de Catshuisregeling € 30.000 toegekend.
- Op 16 februari 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) als advies uitgebracht dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet van toepassing zijn op de toeslagjaren 2014 tot en met 2016.
- Op 13 maart 2023 heeft UHT bovengenoemde beschikking genomen.
- Op 8 maart 2023 heeft gemachtigde een bezwaarschrift ingediend.
- Op 8 augustus 2024 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
- Op 4 februari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- Naar aanleiding van hetgeen is besproken tijdens de hoorzitting is namens de Commissie meerdere malen gevraagd of het schikkingsvoorstel is geaccepteerd. Hierop is geen reactie ontvangen.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid heeft dit advies behandeld.
Ontvankelijkheid
De ontvankelijk van het bezwaarschrift is niet in geschil.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de toeslagjaren 2010 tot en met 2013 op de juiste wijze heeft berekend en compensatie voor de toeslagjaren 2014 tot en met 2016 terecht heeft afgewezen.
Compensatieberekening
Gemachtigde voert aan dat het bezwaardossier niet compleet is en niet inzichtelijk is hoe het compensatiebedrag is vastgesteld.
De Commissie merkt op dat UHT in haar schriftelijke reactie en tijdens de hoorzitting uitgebreid uiteen heeft gezet hoe de compensatieberekening is opgebouwd. UHT heeft daarbij tevens de relevante stukken overgelegd.
UHT stelt dat voor de toeslagjaren 2010 en 2013 een onjuist bedrag aan de rentevergoeding over de gemiste KOT (component o van de compensatie-berekening) is berekend. Voor toeslagjaar 2010 moet het € 935 zijn in plaats van
€ 902 en voor toeslagjaar 2013 moet het € 1.159 zijn in plaats van €978. UHT acht het bezwaar op deze punten gegrond en zal de compensatieberekening aanpassen in de beslissing op bezwaar en de aanvullende vergoeding van 1% (component p van de compensatieberekening) berekenen over het nieuwe bedrag.
De Commissie adviseert UHT om aan deze toezeggingen gevolg te geven en de compensatieberekening aan te passen. UHT heeft de Commissie meegedeeld dat UHT, indien een bezwaar (gedeeltelijk) gegrond is, bij de berekening van de vergoeding voor immateriele schade - in afwijking van de Wht - als einddatum zal hanteren de datum van de beslissing op het bezwaar. De Commissie adviseert UHT daarom dit beleid ook in dit geval toe te passen.
De overige bedragen in de compensatieberekening zijn vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had. De bedragen zijn afkomstig van onder meer de voorschotbeschikkingen en definitieve beschikkingen. De Commissie is van oordeel dat met het indienen van de schriftelijke reactie, de toelichting tijdens de hoorzitting, de overzichten van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC-overzichten) en de overige producties, de compensatieberekening en het bestreden besluit voldoende zijn onderbouwd en zorgvuldig tot stand gekomen.
Afgewezen toeslagjaren
Met betrekking tot de afgewezen toeslagjaren overweegt de Commissie als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T.
In het bestreden besluit en het informatie- en beoordelingsformulier is voor de toeslagjaren 2014 tot en met 2016 uitgebreid beschreven welke neerwaartse en opwaartse wijzigingen in de KOT hebben plaatsgevonden. Het betreffen alle reguliere correcties die zijn gebaseerd op door belanghebbende dan wel namens haar door de gemeente Ettenleur doorgegeven wijzigingen. In 2014 is geen opvang afgenomen, voor toeslagjaar 2015 hebben geen neerwaartse wijzigingen plaatsgevonden en is geen KOT teruggevorderd en voor toeslagjaar 2016 was de neerwaartse bijstelling het gevolg van het stoppen van de kinderopvang per 1 juli 2016. De beschreven wijzigingen worden ondersteund door de stukken in het bezwaardossier. Voorts blijkt uit het informatie- en beoordelingsformulier dat in overleg met belanghebbende het toeslagjaar 2009 buiten de herbeoordeling is gelaten omdat er geen informatie beschikbaar is waaruit blijkt dat voor toeslagjaar 2009 KOT is aangevraagd.
Naar het oordeel van de Commissie is er, gelet op voorgaande, dan ook geen reden het advies van de CvW en het standpunt van UHT onjuist te achten. De Commissie is van oordeel dat met het indienen van het schriftelijke verweer, de LIC-overzichten en de overige producties de bestreden besluiten ten aanzien van de toeslagjaren 2014 tot en met 2016 voldoende zijn onderbouwd en zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Het bezwaar is op dit punt ongegrond.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie deels gegrond is en het advies van de Commissie ertoe strekt om de beschikking met kenmerk UHT DCH deels te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bezwaarschrift deels gegrond te verklaren en de compensatieberekening aan te passen conform bovenstaande overwegingen;
- een proceskostenvergoeding toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter