BAC 2023-13630
Publicatiedatum 26-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 14 juni 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 1 juli 2025
Overdracht advies aan UHT: 25 augustus 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gericht tegen het besluit van 14 juni 2023 met kenmerk UHT-DCHA ongegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het volgende door UHT genomen besluit.
De beschikking van 14 juni 2023 met kenmerk UHT-DCHA, waarin UHT heeft beslist dat belanghebbende voor de jaren 2012 tot en met 2015 niet in aanmerking komt voor compensatie. De reden is dat Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toepassing van de regels voor de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) geen fouten heeft gemaakt dan wel de regels niet te streng heeft toegepast.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 26 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de KOT. De herbeoordeling ziet op de jaren 2012 tot en met 2015.
- Bij beschikking van 13 oktober 2022 heeft UHT belanghebbende geïnformeerd dat zij op basis van de eerste toets vooralsnog niet in aanmerking komt voor het forfaitaire bedrag van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling.
- Op 22 mei 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat niet is gebleken van institutioneel vooringenomen handelen voor de jaren 2012 tot en met 2015 noch dat er reden is voor toepassing van de hardheidscompensatie.
- UHT heeft bij beschikking van 14 juni 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor compensatie over de jaren 2012 tot en met 2015.
- Op 22 juni 2023 heeft gemachtigde namens belanghebbende een pro forma bezwaarschrift ingediend.
- Op 10 juli 2024 heeft gemachtigde aanvullende gronden ingediend.
- Op 3 februari 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
- Op 1 juli 2025 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- Op 7 juli 2025 heeft gemachtigde aanvullende gronden ingediend. Op 8 augustus 2025 heeft UHT hierop gereageerd.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid, heeft dit bezwaar behandeld.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2012 tot en met 2015 af te wijzen.
Belanghebbende is van mening dat zij voor de jaren 2012 tot en met 2015 in aanmerking komt voor compensatie. De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van B/T.
Het is de Commissie gebleken dat in het jaar 2012 de KOT eenmaal neerwaarts is gecorrigeerd naar aanleiding van een verhoging in het toetsingsinkomen.
In toeslagjaar 2013 is de KOT tweemaal neerwaarts gecorrigeerd. De eerste neerwaartse correctie ziet op een door belanghebbende doorgegeven stopzetting van de KOT per 1 april 2013. De tweede neerwaartse correctie heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de door belanghebbende ingestuurde jaaropgaven en op basis van het aantal gewerkte uren in dit jaar.
Voorts blijkt dat in toeslagjaar 2014 de KOT is bijgesteld op basis van het aantal gewerkte uren van de toenmalige toeslagpartner van belanghebbende. Uit de informatie van het UWV is gebleken dat er in dit jaar recht was op 1.310 uren aan opvang. Deze uren zijn ook door B/T toegekend. In toeslagjaar 2015 is de KOT in eerste instantie verlaagd naar aanleiding van de door belanghebbende doorgegeven wijzigingen in het aantal opvanguren. De tweede neerwaartse correctie ziet op de door belanghebbende doorgegeven stopzetting van de KOT per 1 december 2015. Tot slot is in dit jaar de KOT gecorrigeerd op basis van de jaaropgaven. Uit het bezwaardossier volgt dat er in dit jaar te veel uren aan KOT is verleend op basis van een onjuiste, dubbele registratie van een deel van de opvang van een van de kinderen van belanghebbende. Bij de definitieve beschikking is dit hersteld.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2015 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen van de KOT over deze toeslagjaren waren gebaseerd op de vaststellingen dat er te hoge voorschotten waren toegekend. Deze voorschotten zijn door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft ook in de stellingen van belanghebbende dat de door haar toegestuurde jaaropgave over toeslagjaar 2015 is kwijtgeraakt en dat haar bezwaar in toeslagjaar 2013 niet-ontvankelijk is verklaard, geen aanknopingspunten gevonden om hier in het geval van belanghebbende anders over te oordelen. De Commissie tekent hierbij aan dat het dubbel toekennen van de opvanguren voor het kind van belanghebbende in toeslagjaar 2015 onzorgvuldig is, maar dat dit niet kan worden aangemerkt als vooringenomen handelen dan wel hardheid van het stelsel.
Tot slot overweegt de Commissie dat uit het bezwaardossier niet volgt dat er sprake is van een opzet/grove schuld (hierna: O/GS) kwalificatie dan wel het weigeren van een verzoek om een persoonlijke betalingsregeling. Belanghebbende komt daardoor, anders dan gemachtigde stelt, niet in aanmerking voor een O/GS-tegemoetkoming.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het bestreden besluit te herroepen, wordt er niet geadviseerd een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gericht tegen het besluit van 14 juni 2023 met kenmerk UHT-DCHA ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Secretaris
Fungerend voorzitter