Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13588

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 23 mei 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 7 augustus 2025 om 13:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 27 augustus 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.

Onderwerp van advies

THet door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 23 mei 2023 (kenmerk: UHT-DCH).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 59.571 voor de jaren 2011, 2013, 2014 en 2015.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 28 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het jaar 2012. Nadien is dit verzoek in overleg met belanghebbende uitgebreid met de toeslagjaren 2011 en 2013 tot en met 2016.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 21 september 2021 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2012 en 2016 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij beschikking van 23 mei 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 59.571.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 22 juni 2023, ingekomen op 22 juni 2023, tegen deze beschikking bezwaar ingediend.
  • UHT heeft op 13 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
  • Gemachtigde heeft op 5 augustus 2025 aanvullende stukken ingediend.
  • Op 7 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel

De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. De Commissie is van oordeel dat UHT de berekeningen bij het uitbrengen van de bestreden beschikking weliswaar niet voldoende heeft toegelicht, maar dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van LIC-overzichten en overige producties het bestreden besluit voldoende is onderbouwd.

Compensatieberekening

Tussen partijen is niet in geschil dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) over de toeslagjaren 2011, 2013, 2014 en 2015 vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld. Hiervoor heeft UHT bij beschikking met kenmerk UHT-DCH, volgens de daarvoor geldende forfaitaire regeling van de Wht, belanghebbende een definitief compensatiebedrag toegekend van € 59.571. Het compensatiebedrag is vastgesteld aan de hand van een forfaitaire compensatieberekening.

Belanghebbende heeft gesteld dat de componenten f, g, m, n en o van de compensatieberekening haar niet als juist voorkomen dan wel niet te controleren zijn zonder stukken.

Naar aanleiding van het bezwaar heeft UHT de compensatieberekening nogmaals beoordeeld en vastgesteld dat deze juist is, met uitzondering van de rentevergoeding gemiste KOT (component o). De rentevergoeding gemiste KOT had lager moeten zijn. Deze fout zal echter, omdat het in het voordeel van belanghebbende is, niet worden aangepast. UHT heeft in haar beschouwing een toelichting en bijlage compensatie berekening gevoegd, waaruit alle bedragen volgen. De Commissie heeft de bijlage compensatieberekening beoordeeld en ziet geen aanleiding voor een zienswijze die afwijkt van het door UHT ingenomen standpunt.

Toeslagjaar 2012

Belanghebbende voert aan dat de berekening van de KOT over 2012 als vermeld in de beschikking van 7 april 2015 niet had mogen worden verlaagd, omdat uit de betreffende beschikking blijkt, dat het om een definitieve berekening ging. De KOT is in de beschikking van 8 mei 2015 ten onrechte verlaagd als gevolg van een hoger inkomen van de toenmalige echtgenoot van belanghebbende.

De Commissie overweegt dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet ziet op de herziening van definitieve KOT beschikkingen. Belanghebbende verzoekt in feite om een aanpassing van de hoogte van de KOT over het toeslagjaar 2012 zoals deze indertijd definitief is vastgesteld. Een beoordeling daarvan valt buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

(Privaatrechtelijke) overeenkomst

Belanghebbende stelt dat het opstellen van een concept van een privaatrechtelijke overeenkomst als die welke op 28 juni 2021 aan belanghebbende is gezonden door de persoonlijke zaakbehandelaar van UHT niet was toegestaan en dat de geschetste betrokkenheid van deze functionaris zeer onzorgvuldig is en in deze procedure een bezwaargrond oplevert.

De Commissie overweegt als volgt. Uit de Instellingsregeling Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen blijkt dat de taak van de Commissie beperkt is tot het adviseren van UHT over de bezwaren tegen beschikkingen die zijn gegeven op grond van de artikelen 2.1, 2.4 tot en met 2.6 en 2.9 lid 1 Wht. De Commissie is niet bevoegd om te oordelen over het handelen van UHT(-medewerkers) als hier aan de orde. Daarnaast volgt uit artikel 2.1, lid 1, Wht, dat de Commissie niet bevoegd is om te oordelen over handelingen die zich na 23 oktober 2019 hebben voorgedaan. De Commissie overweegt ten overvloede dat zij wel met verwondering kennis heeft genomen van de aangevallen handelwijze van de medewerker van UHT en dat zij zich goed kan voorstellen dat deze handelwijze het vertrouwen van de belanghebbende heeft geschaad. De Commissie begrijpt dat de belanghebbende niet op de in het concept van de betreffende overeenkomst vervatte opzet is meegegaan en dat lijkt de Commissie op basis van de informatie die de Commissie ter beschikking heeft gekregen terecht en verstandig.

Proceskostenvergoeding

Belanghebbende heeft verzocht om toekenning van een proceskostenvergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, adviseert de Commissie belanghebbende om geen proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.

Secretaris

Fungerend voorzitter