BAC 2023-13584
Publicatiedatum 26-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluiten: 20 december 2022 (UHT-DCH) en 30 december 2022 (UHT-O OGS B)
Hoorzitting: 19 mei 2025 om 13:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 23 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bezwaren gedeeltelijk gegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) van 20 december 2022 met kenmerk UHT-DCH en van 30 december 2022 met kenmerk UHT-O OGS B.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van in totaal € 31.587,- voor de jaren 2009 (januari tot en met november), 2012 en 2013. Voor de jaren 2009 (december) en 2014 is aan belanghebbende een tegemoetkoming toegekend van € 3.759,- wegens een onterechte opzet/ grove schuld (hierna: O/GS) kwalificatie. Voor de jaren 2008, 2010, 2011 en 2015 is geen compensatie toegekend.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft UHT op 11 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van haar KOT. UHT heeft bij de herbeoordeling gekeken naar de toeslagjaren 2008 tot en met 2015.
- UHT heeft aan belanghebbende bij de zogenoemde eerstetoetsbeschikking van 2021 met kenmerk UHT- B DMB2 een bedrag van € 30.000,- toegekend.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft op 5 september 2022 het verzoek van belanghebbende beoordeeld en in haar advies vermeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2008, 2010, 2011, 2014 en 2015 geen recht heeft op compensatie.
- UHT heeft belanghebbende bij de beschikking van 20 december 2022 met kenmerk UHT-DCH een compensatiebedrag toegekend van in totaal € 31.587,-wegens vooringenomen handelen over de jaren 2009 (december tot en met november), 2012 en 2013.
- UHT heeft belanghebbende bij diezelfde beschikking meegedeeld dat zij haar geen compensatie zal toekennen over de toeslagjaren 2008, 2010, 2011 en 2015.
- UHT heeft belanghebbende bij de beschikking van 30 december 2022 met kenmerk UHT-O OGS B een compensatiebedrag toegekend van € 3.759,- voor de jaren 2009 (december) en 2014 wegens een onterechte O/GS kwalificatie.
- Bij brieven van 21 en 23 juni 2023 heeft gemachtigde bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen van 20 en 30 december 2022 met de kenmerken UHT-DCH en UHT-O OGS B.
- UHT heeft op 12 november 2024 en 31 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
- Het bezwaar van belanghebbende is op 12 mei 2025 op een hoorzitting van de Commissie behandeld. Het verslag van de hoorzitting is bij het advies gevoegd.
- De Commissie, bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid, heeft het bezwaar behandeld.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Beoordeling afwijzing compensatie jaren 2011 en 2014
UHT is op basis van de aanvullende informatie die is toegestuurd door belanghebbende gedurende de bezwaarprocedure tot het oordeel gekomen dat belanghebbende recht heeft op compensatie over het toeslagjaar 2014 over de maanden januari tot en met augustus wegens vooringenomenheid. De Commissie constateert dat het toeslagjaar 2014 nu niet meer in geschil is tussen partijen. Zij adviseert UHT om in haar beslissing op bezwaar de berekening van de hoogte van de compensatie over dit toeslagjaar uit te voeren overeenkomstig haar aanvullende reactie van 31 maart 2025.
Tijdens de hoorzitting heeft belanghebbende verklaard dat zij zich kan vinden in de conclusie van UHT dat over het toeslagjaar 2011 geen recht op compensatie bestaat op grond van de Wht. De Commissie constateert dat het toeslagjaar 2011 niet meer in geschil is tussen partijen.
Beoordeling forfaitaire compensatieberekening over de toeslagjaren 2009, 2012 en 2013
Tussen partijen is niet in geschil dat de Belastingdienst/Toeslagen tegenover belanghebbende over de toeslagjaren 2009, 2012 en 2013 individueel vooringenomen heeft gehandeld. UHT heeft bij de bestreden beschikking van 20 december 2022 een vast (“forfaitair”) compensatiebedrag van in totaal € 31.587,- toegekend aan de hand van een compensatieberekening.
UHT heeft in haar beschouwing van 12 november 2024 geconstateerd dat de compensatieberekening onjuist is berekend. Het gaat om:
- onderdeel o, de rente wegens gemiste KOT voor de toeslagjaren 2009, 2012 en 2013;
UHT heeft aangekondigd dat zij onderdeel o van compensatieberekening over deze jaren zal aanpassen bij de beslissing op bezwaar. De Commissie komt niet tot een ander oordeel. Zij acht de berekening van UHT juist en zal in lijn hiermee adviseren.
Vergoeding immateriële schade tot het moment van de beslissing op bezwaar
UHT zal de immateriële schadevergoeding doorberekenen tot het moment van de beslissing op bezwaar zoals omschreven in haar reactie van 12 november 2024.
De Commissie stemt hiermee in. Het vorenstaande brengt mee dat ook de aanvullende vergoeding (onderdeel p) van de compensatieberekening opnieuw berekend en vastgesteld moet worden.
Geen schending motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Voor zover UHT de berekeningen bij het uitbrengen van de bestreden beschikkingen niet uitvoerig genoeg zou hebben toegelicht, impliceert dit niet dat van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is.
De Commissie constateert dat in de bijlagen bij de bestreden beschikkingen al uitleg per toeslagjaar is gegeven waarmee UHT haar oordeel per jaar motiveert. Verder heeft UHT in bezwaar twee schriftelijke beschouwingen ingediend, waarin UHT een uitgebreide uitleg heeft gegeven met behulp van het informatie- en beoordelingsformulier, LIC overzichten, (volledige) SAS-overzichten en overige producties. Naar het oordeel van de Commissie zijn de bestreden besluiten hierdoor voldoende onderbouwd.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie de bezwaren deels gegrond acht en adviseert om de primaire besluiten met de kenmerken UHT-DCH en UHT-O OGS B te herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie UHT bij beslissing op bezwaar:
- de bezwaren tegen de beschikkingen met kenmerken UHT-DCH en UHT-O OGS B gedeeltelijk gegrond te verklaren; en daarbij
- de compensatieberekening over het toeslagjaar 2014 over de maanden januari tot en met augustus vast te stellen overeenkomstig haar aanvullende schriftelijke reactie van 31 maart 2025;
- de rentevergoeding voor gemiste KOT vast te stellen zoals omschreven in de schriftelijke reactie van UHT van 12 november 2024;
- de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot de datum van de beslissing op bezwaar;
- de aanvullende vergoeding van 1% van het subtotaal van het compensatiebedrag aan te passen;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
Secretaris
Fungerend voorzitter