BAC 2022-10733
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 15 september 2022 (UHT-DC I)
Hoorzitting: 7 juli 2025 om 14:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 15 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar deels gegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904;) compensatie toegekend voor een bedrag van € 37.337,- voor de jaren 2007 en 2015.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Op grond van de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond
van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 26 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 en 2014 tot en met 2017.
- UHT heeft bij beschikking van 26 mei 2021 aan belanghebbende meegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 18 juli 2022 aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) toegestuurd. De CvW heeft in haar advies vermeld dat de B/T zich voor (voor zover nog van belang) 2016 terecht op het standpunt heeft gesteld dat de regelingen betreffende de institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden niet van toepassing zijn.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 37.337,- over de toeslagjaren 2007 en 2015.
- Gemachtigde heeft bij brief van 6 oktober 2022, ingekomen op 28 oktober 2022, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 15 mei 2024, ingekomen op 14 mei 2024, het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 18 juli 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft bij brief van 2 juli 2025 het bezwaarschrift verder aangevuld.
- UHT heeft op 4 juli 2025 schriftelijk gereageerd op deze aanvulling van het bezwaarschrift.
- Op 7 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend. De Commissie zal hieronder, mede op grond van hetgeen besproken tijdens de hoorzitting, het advies toelichten.
Hoorzitting
Tijdens de hoorzitting is gebleken dat UHT voornemens is – zo begrijpt de Commissie – om aan een aantal bezwaargronden van belanghebbende tegemoet te komen. Zo blijkt de herbeoordeling van de niet eerder beoordeelde toeslagjaren inmiddels te zijn afgerond en heeft UHT bevestigd dat belanghebbende over het toeslagjaar 2005 vooringenomen is behandeld en daarvoor gecompenseerd zal worden. Ook heeft UHT bevestigd dat er fouten zijn gemaakt in de oorspronkelijke compensatieberekening over de toeslagjaren 2007 en 2015. Zij zal deze fouten in de beslissing op bezwaar herstellen.
In overeenstemming daarmee adviseert de Commissie UHT om, ten aanzien van de zojuist bedoelde bezwaargronden, het bezwaar gegrond te verklaren en om conform de gedane toezeggingen te beslissen op het bezwaar.
De toeslagjaren 2016 en 2017
Uit de stukken in het dossier maakt de Commissie op dat de verlaging van de KOT voor de toeslagjaar 2016 is gebaseerd op door belanghebbende zelf doorgegeven informatie. Belanghebbende heeft op het door haar ingevulde antwoordformulier van november 2017 ingevuld dat zij alleen opvang heeft afgenomen in de periode 01-07-2016 tot en met 01-08-2016. Vervolgens is de KOT naar beneden bijgesteld aan de hand van deze informatie van belanghebbende.
B/T heeft de wettelijke taak om te controleren of de KOT-voorschotten in een gegeven toeslagjaar terecht zijn uitgekeerd en, zo niet, om eventueel te veel uitgekeerde bedragen terug te vorderen. B/T mag daarbij vertrouwen op de inkomensgegevens van ouders zoals deze in het systeem van de belastingdienst worden verwerkt en de gegevens die ouders en kinderopvanginstellingen verstrekken.
De Commissie overweegt hierbij dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2016 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering was gebaseerd op een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie wegens opzet of grove schuld (O/GS), zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding.
Ook voor het jaar 2017 is niet aannemelijk dat er een betalingsregeling is geweigerd op grond van een O/GS-kwalificatie.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie gedeeltelijk gegrond is en het advies van de Commissie ertoe strekt om de beschikking met kenmerk UHT-DC I (gedeeltelijk) te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (twee bezwaarschriften en één hoorzitting).
De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en om:
- de beschikking met kenmerk UHT-DC I te herroepen en de compensatieberekening aan te passen conform bovenstaande overwegingen; en
- een proceskostenvergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee tegen de hoogste vergoeding per procespunt.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter