Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13292

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 april 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 2 oktober 2025 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 15 oktober 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bezwaren in de onderhavige zaak ongegrond te verklaren en het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCHA in stand te laten. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor het toeslagjaar 2005.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 11 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). In overleg met belanghebbende is het verzoek gericht op het toeslagjaar 2005.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 23 maart 2025 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het betrokken jaar geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie over het toeslagjaar 2005.
  • Gemachtigde heeft op 15 mei 2023, ingekomen op 17 mei 2023, tegen dit besluit bezwaar ingediend.
  • Gemachtigde heeft op 7 maart 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 9 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 2 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum (hierna: LIC) overzichten - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikkingen behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking(en) leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Geen persoonlijk dossier

Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. Daarnaast verzoekt hij om de LIC-overzichten, RKT-bestanden en een beschikkingsoverzicht van toeslagjaar 2005. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke reactie/beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft voor een reden waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het mogelijk is dat er nog relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De Commissie merkt op dat UHT heeft voldaan aan het verzoek om specifieke stukken van gemachtigde door deze op te nemen in het dossier. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Verzoeken belanghebbende

Belanghebbende heeft ter zitting verzocht om het SAS-rapport van de toeslagjaren na 2005, zodat kan worden gecontroleerd of in andere toeslagjaren KOT is aangevraagd door belanghebbende. Daarnaast verzoekt belanghebbende om de achterliggende stukken en onderbouwing achter de conclusie over de gevolgen van de opname in de Fraude Signalering Voorziening (hierna: FSV) en de onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna O/GS). UHT heeft toegezegd om het SAS-rapport van de toeslagjaren na 2005 aan te leveren en om intern te controleren of de onderbouwing van de conclusies over FSV en O/GS kan worden aangeleverd. De Commissie neemt met instemming kennis van de toezeggingen van UHT en adviseert hieraan voorafgaand aan of in de beslissing op bezwaar gevolg te geven.

Artikel 19 Awir

Belanghebbende stelt dat B/T op grond van artikel 19 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) destijds binnen een termijn van 9 maanden definitief had moeten beslissen over de KOT over toeslagjaar 2005, maar dat niet heeft gedaan. De Commissie is van oordeel dat dit bezwaar - wat daar verder ook van zij - buiten het bereik van deze (bezwaar)procedure valt en laat het daarom verder onbesproken.

HOTHOR-classificatie

Belanghebbende verzoekt UHT om toe te lichten over welke periode hij een HOTHOR-classificatie heeft gehad (hoge toeslag, hoog risico).

UHT stelt dat sprake is van een HOTHOR-classificatie indien het voorschotbedrag aan KOT van belanghebbende boven de € 20.000 uitkomt. UHT stelt dat de hoogte van de KOT over toeslagjaar 2005 niet boven deze grens is uitgekomen. Verder licht UHT toe dat HOTHOR een automatisch systeem is dat niet specifiek wordt toegepast op een groep burgers. UHT is van mening dat derhalve geen sprake is van discriminatie dan wel vooringenomen handelen.

De Commissie overweegt dat uit het WKO-bestand van toeslagjaar 2005 niet blijkt dat belanghebbende een HOTHOR-classificatie heeft gehad. De Commissie kan de uitleg van UHT over de werking van het HOTHOR-systeem volgen en adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2005

Belanghebbende stelt dat hij over toeslagjaar 2005 vooringenomen is behandeld en ten onrechte geen compensatie heeft ontvangen. Ook stelt belanghebbende dat de KOT definitief te laag is vastgesteld en dat daardoor sprake is van een verlaging van meer danb€ 1.500. Belanghebbende stelt subsidiair dat hij daardoor over toeslagjaar 2005 recht op compensatie bestaat op grond van hardheid.

UHT licht toe dat over toeslagjaar 2005 een neerwaartse bijstelling heeft plaatsgevonden. Op 17 juli 2006 is de KOT verlaagd van € 2.805 naar € 2.183. Deze neerwaartse bijstelling komt volgens UHT voort uit een stijging in het toetsingsinkomen. Dit inkomen is hoger ingeschat, op € 51.215. De KOT is vervolgens opwaarts bijgesteld op 15 mei 2007 naar € 3.318, door een daling in het toetsingsinkomen naar € 32.138. De hoogte van het toetsingsinkomen is door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bevestigd. Naar het oordeel van UHT is over toeslagjaar 2005 geen sprake van vooringenomenheid, omdat de wijzigingen in de KOT reguliere bijstellingen waren. Volgens UHT bestaat over toeslagjaar 2005 geen recht op compensatie op grond van hardheid, omdat de neerwaartse bijstelling lager was dan € 1.500.

De Commissie overweegt dat de neerwaartse bijstelling over toeslagjaar 2005 een reguliere wijziging als gevolg van een stijging in het toetsingsinkomen was. De hoogte van het toetsingsinkomen is later gewijzigd, waardoor de KOT opwaarts is bijgesteld. De Commissie is van oordeel dat er derhalve geen recht bestaat op compensatie op grond van vooringenomenheid Er is evenmin aanleiding voor de gedachte dat sprake was van hardheid. Er is immers minder dan € 1.500 teruggevorderd.

De Commissie overweegt verder dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet betrekking heeft op de herziening van definitieve KOT-beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt dus buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is en het bestreden besluit in stand kan blijven, adviseert de Commissie om het verzoek om een proceskostenvergoeding in de bezwaarprocedure met betrekking tot de beschikking met kenmerk UHT-DCHA af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een vergoeding van de proceskosten af te wijzen.

Secretaris

Fungerend voorzitter