BAC 2023-13234
Publicatiedatum 02-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 24 februari 2023 (UHT-DCH ZV)
Hoorzitting: 17 april 2025
Overdracht advies aan UHT: 23 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en de bestreden beschikking te herroepen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende, later door gemachtigde aangevulde, bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCH ZV van 24 februari 2023.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 12.597 voor het jaar 2014.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 27 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2013 en 2014.
- UHT heeft bij beschikking van 30 april 2021, met kenmerk CAP/UFC/21/093 UHT, aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000 op grond van de Catshuisregeling, maar dat de beoordeling nog niet is afgerond.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 24 februari 2023, met kenmerk UHT-DCH ZV, aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 12.597 wegens vooringenomenheid over toeslagjaar 2014.
- Belanghebbende heeft bij brief van 11 april 2023, ingekomen op 11 april 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft namens belanghebbende bij brief van 22 september 2023 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 9 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Op 17 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 28 april 2025 een aanvullende schriftelijke beschouwing ingediend. Gemachtigde heeft de Commissie op 29 april 2025 geïnformeerd dat belanghebbende geen inhoudelijke reactie op de aanvullende beschouwing heeft.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor het jaar 2014 op de juiste wijze heeft berekend.
Gemachtigde stelt niet te beschikken over het volledige dossier. De Commissie ziet daarin geen bezwaar. De schriftelijke beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 5 maart 2025 aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat niet is voldaan aan artikel 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Belanghebbende stelt dat de bestreden beschikking niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. UHT heeft in haar schriftelijke reactie op het bezwaar aangevoerd dat zij het besluit zorgvuldig heeft voorbereid nu zij in de voorbereiding van het besluit alle beschikkingen KOT, correspondentie en interne meldingen heeft verzameld en beoordeeld. UHT heeft ter zitting erkend dat er inderdaad sprake is geweest van een motiveringsgebrek, nu door UHT niet duidelijk is toegelicht waarom in eerste instantie geen aanvulling tot € 30.000 heeft plaatsgevonden, terwijl belanghebbende wel als gedupeerde is aangemerkt.
De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de zorgvuldigheid van het onderzoek die aan de beschikking ten grondslag ligt. Ten aanzien van de motivering is de Commissie van oordeel dat uit de bestreden beschikking en de schriftelijke beschouwing niet blijkt waarom het compensatiebedrag niet is aangevuld tot € 30.000. Dit motiveringsgebrek is echter door UHT hersteld door middel van de aanvullende schriftelijke beschouwing van 28 april 2025. In deze beschouwing wordt uitgebreid ingegaan op het toeslagpartnerschap en de situatie van belanghebbende. De Commissie adviseert UHT om in de beslissing op bezwaar de onzorgvuldige voorbereiding en het motiveringsgebrek aan de hand van wat daarover is opgemerkt in haar beschouwing te herstellen.
Aanvulling tot € 30.000 op grond van de Catshuisregeling
Belanghebbende stelt dat zij ten onrechte geen € 30.000 heeft ontvangen op grond van de Catshuisregeling, terwijl zij wel als gedupeerde is aangemerkt. Ter zitting heeft belanghebbende haar situatie ten tijde van de vaststelling van het toeslagpartnerschap door Belastingdienst/Toeslagen nader toegelicht. Naar aanleiding hiervan heeft UHT haar standpunt gewijzigd. UHT heeft in haar aanvullende schriftelijke beschouwing van 28 april 2025 toegezegd het reeds toegekende compensatiebedrag over 2014 aan te vullen tot € 30.000, op grond van de hardheidsclausule van artikel 9.1 van de Wht. Gezien de omstandigheden rondom de periode van het toeslagpartnerschap van belanghebbende en de gevolgen daarvan voor de herbeoordeling, is volgens UHT een situatie van onbillijkheid van overwegende aard ontstaan. UHT wijkt daarom af van de standaardbeoordeling van artikel 2.7 lid 2 van de Wht.
De Commissie neemt met instemming kennis van het feit dat UHT belanghebbende over toeslagjaar 2014 tot € 30.000 zal compenseren. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren.
Herbeoordeling compensatieberekening 2014
Rentevergoeding over gemiste KOT (onderdeel o)
UHT heeft in de schriftelijke beschouwing opgemerkt dat de rentevergoeding over gemiste KOT over toeslagjaar 2014 inderdaad incorrect is berekend. Zo is er een bedrag van € 1.895 vastgesteld, in plaats van € 2.153. Deze berekening is in het nadeel van belanghebbende. De Commissie neemt met instemming kennis van het standpunt van UHT om de rentevergoeding over gemiste KOT in het voordeel van belanghebbende te corrigeren.
De Commissie adviseert UHT, aansluitend bij haar eigen standpunt, het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren.
Vergoeding voor immateriële schade (onderdeel n)
Nu de Commissie het bezwaar gegrond acht, adviseert zij om de vergoeding van de immateriële schade te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar en daarbij alle, ingevolge de Wht daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.
Voor de conclusie dat de compensatieberekening anderszins onjuist is vastgesteld heeft de Commissie geen aanknopingspunten gevonden.
(Her)beoordeling overige toeslagjaren
UHT heeft zowel ter zitting als in de aanvullende beschouwing van 28 april 2025 verklaard dat zij alle overige toeslagjaren van belanghebbende opnieuw zal beoordelen. Deze herbeoordeling zal in een aparte procedure plaatsvinden en maakt daarom geen onderdeel uit van onderhavig advies.
Proceskosten
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en het bestreden besluit te herroepen en om:
- De compensatieberekening als volgt aan te passen:
- de rentevergoeding voor gemiste KOT voor 2014 vast te stellen op € 2.153;
- de immateriële schadevergoeding te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar;
- de aanvullende vergoeding van 1% aan te passen;
- het compensatiebedrag aan te vullen tot € 30.000.
- Een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
Secretaris
Fungerend voorzitter