BAC 2023-13232
Publicatiedatum 02-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 28 maart 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: In deze zaak heeft geen hoorzitting plaatsgevonden
Overdracht advies aan UHT: 5 november 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar kennelijk ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie KOT. Deze beschikking wordt hierna aangeduid als de bestreden beschikking. Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 11 november 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 15 maart 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft vastgesteld dat volgens de bevindingen van UHT op naam van belanghebbende nooit KOT is aangevraagd, noch dat kinderopvangtoeslag is toegekend en/of is teruggevorderd. De CvW heeft geen aanwijzingen gevonden die erop wijzen dat de gegevens van Belastingdienst/Toeslagen onjuist of onvolledig zijn. Zij heeft geconcludeerd dat er op basis van de aanwezige stukken geen aanleiding is om belanghebbende een compensatie toe te kennen op basis van de Wht.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking (de uitkomst van de integrale beoordeling) aan belanghebbende meegedeeld dat geen recht bestaat op compensatie.
- Belanghebbende heeft bij brief van 12 april 2023, ingekomen op 14 april 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 28 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Bij brief van 6 oktober 2025 heeft de voorzitter van de Commissie aan belanghebbende bericht dat uit de op de zaak betrekking hebbende stukken lijkt te volgen dat nooit KOT is aangevraagd en dat ook nooit KOT is toegekend, teruggevorderd of verrekend.
- Bij diezelfde brief heeft de voorzitter van de Commissie aan belanghebbende bericht dat de Commissie vooralsnog vindt dat het bezwaar kennelijk ongegrond is en dat zij het plan heeft om gebruik te maken van haar bevoegdheid te adviseren zonder belanghebbende te horen. Voor het geval belanghebbende het daarmee oneens zou zijn, is die bij diezelfde brief in de gelegenheid gesteld om gemotiveerd te laten weten waarom een hoorzitting wel aan de orde zou zijn.
- Belanghebbende heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd.
- Dit advies wordt, zonder dat belanghebbende is gehoord, uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet ter discussie staat dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie moet advies uitbrengen over de vraag of UHT terecht en op goede gronden het verzoek van belanghebbende om compensatie of een tegemoetkoming heeft afgewezen.
Op de zaak betrekking hebbende stukken
De Commissie stelt vast dat aan belanghebbende de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn verstrekt. Daarmee is voldaan is aan de in artikel 7:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde verplichting van het bestuursorgaan om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. UHT heeft schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden beschikking en gelegenheid gehad om daarop te reageren. De Commissie ziet in de concrete stellingen van belanghebbende en UHT geen aanleiding om aan te nemen dat in het beschikbaar gestelde dossier stukken zouden ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest bij het door UHT genomen besluit.
Toets artikel 2.1. lid 1 Wht
Op grond van artikel 2.1 lid 1 van de Wht kan aan een aanvrager van KOT compensatie worden toegekend als die aanvrager schade heeft geleden doordat de Belastingdienst/Toeslagen institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of als de hardheid van de toepassing van de wetten en regels heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard.
De Commissie constateert dat uit de op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder de systemen van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: de B/T), niet blijkt dat belanghebbende KOT heeft aangevraagd bij de B/T. Er zijn geen aanvragen gevonden, geen relevante (telefoon)notities of andere documenten die betrekking hebben op de KOT. Belanghebbende heeft daartegenover gesteld dat hij wel recht heeft op compensatie, omdat zijn kinderen naar de buitenschoolse opvang zijn geweest. De B/T heeft veel 'kwijtgemaakt' en alleen afgaan op de systemen is te kort door de bocht, aldus belanghebbende. Belanghebbende is het niet eens met het advies van de CvW. Belanghebbende heeft naheffingsaanslagen voor de inkomstenbelasting ontvangen.
De Commissie vindt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij KOT heeft aangevraagd. De Commissie wijst in dit kader op de uitspraak van rechtbank Rotterdam van 25 september 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:9426. Uit die uitspraak volgt dat de "bewijslast" voor het recht op compensatie bij de aanvrager van de compensatie ligt. De enkele stelling dat KOT is aangevraagd is onvoldoende; belanghebbende moet aannemelijk maken dat KOT is aangevraagd.
Aannemelijk maken betekent dat belanghebbende aan de hand van verklaringen en stukken duidelijk moet maken dat zijn of haar stellingen juist zijn. Dit betekent niet dat van belanghebbende wordt gevergd alle ingenomen stellingen te bewijzen met objectief verifieerbare bewijsstukken, maar wel dat de stellingen van belanghebbende worden ondersteund door of passen bij de overige beschikbare informatie. Het dossiers bevat geen aanknopingspunten die de stelling van belanghebbende ondersteunen dat alle toeslagen, waaronder KOT, tegelijk zijn aangevraagd en dat er kinderopvang is afgenomen. Belanghebbende zegt hierover dat hij zich niet kan herinneren dat hij KOT heeft aangevraagd, maar weet wel dat de kinderopvanginstelling dit zou doen. Ook deze stelling vindt geen steun in het dossier. Verder verklaart belanghebbende dat hij geen contact heeft opgenomen met de B/T toen hij geen KOT kreeg.
De Commissie overweegt dat hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd onvoldoende is om aannemelijk te maken dat er aanvragen voor KOT zijn gedaan. Verder volgt, zoals hiervoor al overwogen, uit de op de zaak betrekking hebbende stukken niet dat aan belanghebbende ooit KOT is toegekend of dat KOT van belanghebbende is teruggevorderd of bij hem is verrekend met andere toeslagen. Belanghebbende heeft daarom evident geen recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in de Wht. Het bezwaarschrift kan er dus niet toe leiden dat belanghebbende alsnog in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie merkt op de Wht uitsluitend betrekking heeft op aan KOT te relateren gebeurtenissen: dit sluit niet uit dat belanghebbende andere, met het toeslagen- en/of belastingstelsel samenhangende problemen heeft ondervonden. Deze vallen echter buiten de reikwijdte van deze bezwaarprocedure.
Bezwaar is kennelijk ongegrond (en daarom is belanghebbende niet gehoord)
De Commissie heeft belanghebbende in kennis gesteld van haar voorlopige conclusie en haar voornemen UHT te adviseren het bezwaarschrift kennelijk ongegrond te verklaren, zonder belanghebbende vooraf te horen. Op grond van artikel 3 lid 2 onder b van de Instellingsregeling van de Commissie en artikel 7:13 lid 4 Awb in samenhang met artikel 7:3 Awb, mag de Commissie afzien van horen als een bezwaarschrift kennelijk ongegrond is. Belanghebbende is nog in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken gemotiveerd te laten weten waarom wel gehoord zou moeten worden. Daarbij is ook meegedeeld dat de Commissie advies uitbrengt zonder belanghebbende te horen als deze niet (of niet tijdig) reageert of als een reactie geen nieuwe gezichtspunten oplevert.
Belanghebbende heeft niet (tijdig) gereageerd.
Conclusie
De Commissie adviseert UHT het bezwaar (kennelijk) ongegrond te verklaren.
Secretaris
Fungerend voorzitter