BAC 2023-13203
Publicatiedatum 29-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 30 maart 2023 en 6 juni 2023 (UHT-DCH ZV en UHT-DCH)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 24 februari 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH ZV ongegrond te verklaren en deze bestreden beschikking in stand te laten. De Commissie adviseert om het bezwaar tegen de beschikking met het kenmerk UHT-DCH deels gegrond te verklaren en aan belanghebbende ter zake van dat bezwaar een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 26.128,- voor de jaren 2007 tot en met 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 1 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het jaar 2009. Nadien is dit verzoek in overleg met belanghebbende uitgebreid met de toeslagjaren 2006, 2007 en 2008.
- UHT heeft bij beschikking van 26 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 22 februari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het jaar 2006 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij beschikking van 30 maart 2023 met kenmerk UHT-DCH ZV aan belanghebbende medegedeeld dat zij recht heeft op een compensatiebedrag van € 25.512 voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2009. Omdat belanghebbende al een bedrag van € 30.000 had ontvangen, heeft geen nabetaling plaatsgevonden.
- Gemachtigde heeft bij brief van 14 april 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft bij beschikking van 6 juni 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende medegedeeld dat het compensatiebedrag wijzigt naar €26.128, omdat is gebleken dat belanghebbende recht heeft op rente. Er heeft wederom geen nabetaling plaatsgevonden.
- Gemachtigde heeft bij brief van 13 juli 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 1 maart 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 1 juli 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Op 28 januari 2025 heeft gemachtigde namens belanghebbende aangegeven geen gebruik te willen maken van het recht om gehoord te worden en dat de zaak op stukken kan worden afgedaan. Voorts heeft gemachtigde het bezwaarschrift aangevuld.
- Op 11 februari 2025 heeft UHT hierop gereageerd middels een aanvullende schriftelijke beschouwing.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.
FIOD-onderzoek
Volgens belanghebbende is er onvoldoende aandacht besteedt aan haar verhaal dat haar is gevraagd om mee te werken met een FIOD-onderzoek naar het gastouderbureau.
Nergens blijkt uit dat dit verder is onderzocht of meegewogen bij de herbeoordeling van het verzoek om KOT.
Voor zover sprake is geweest van een FIOD-onderzoek, is de Commissie uit de ter beschikking staande stukken en uit de aanvullende schriftelijke beschouwing van UHT, onvoldoende gebleken dat dit gevolgen heeft gehad voor de hoogte van de toegekende compensatie. Gelet hierop adviseert de Commissie UHT het bezwaar ten aanzien van dit punt ongegrond te verklaren.
FSV-lijst
Belanghebbende wil weten of, en zo ja, welke gevolgen het heeft gehad dat zij op de Fraude Signalering Voorziening (hierna: FSV) lijst heeft gestaan. De Commissie merkt op dat UHT zelf niet voldoende bevoegdheden heeft om de door de belanghebbende gewenste gedetailleerde informatie te verstrekken. Met het gestelde in de aanvullende beschouwing van UHT heeft UHT naar het oordeel van de Commissie belanghebbende op passende wijze geïnformeerd over hoe en waar zij deze informatie wel zou kunnen verkrijgen.
Het toeslagjaar 2006
Belanghebbende stelt dat de KOT voor het jaar 2006 onjuist is vastgesteld. Volgens haar waren de daadwerkelijke opvangkosten hoger en dient de KOT aangepast te worden aan de hand van de aangeleverde jaaropgave.
Volgens de definitieve beschikking van 28 januari 2010 had belanghebbende recht op een bedrag van € 1.188. Uit het SAS-overzicht blijkt dat bij deze berekening rekening is gehouden met een wijziging in het toetsingsinkomen. Belanghebbende stelt ten onrechte dat het toetsingsinkomen uit de definitieve beschikking niet overeenkomt met wat in het RKT bestand staat vermeld. Bij de berekening is uitgegaan van een toetsingsinkomen van € 66.212. Uit het RKT bestand blijkt dat het toetsingsinkomen (€ 36.124 + € 30.088) wél overeenkomt met de definitieve beschikking.
Voorts is bij deze berekening rekening gehouden met een uurtarief van € 4.20 en is het aantal opvanguren vastgesteld op 83 uren. Deze gegevens komen overeen met de jaaropgave van de kinderopvanginstelling. Dit betekent dat de KOT juist is berekend.
De Commissie overweegt verder dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet ziet op de herziening van definitieve KOT beschikkingen. Belanghebbende verzoekt onder meer om een aanpassing van de hoogte van de KOT over het toeslagjaar 2006 zoals deze indertijd definitief is vastgesteld. Een beoordeling daarvan valt dus buiten de reikwijdte van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Het toeslagjaar 2008: component f
Uit de schriftelijke beschouwing van UHT blijkt dat component f voor het toeslagjaar 2008 onjuist is berekend. De alsnog toegekende KOT dient op grond van artikel 2.3 lid 1 onder b Wht in mindering worden gebracht in de compensatieberekening. Het is immers niet de bedoeling dat een bedrag dubbel wordt gecompenseerd. Volgens de beschikking van 4 augustus 2015 is de KOT vastgesteld op € 0 en heeft er geen nabetaling plaatsgevonden. De Commissie ziet in hetgeen in geding is gebracht geen aanleiding voor een andere conclusie en adviseert UHT de compensatieberekening overeenkomstig het gestelde in de schriftelijke beschouwing aan te passen.
Rente en kosten (component i)
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat component i onjuist is berekend. Uit het LIC-overzicht blijkt volgens haar dat er in de jaren 2007, 2008 en 2009 kosten in rekening zijn gebracht.
Op grond van artikel 2.3 lid 5 Wht betreft component i het totaal aan invorderingskosten en rente die belanghebbende heeft betaald. Uit het overzicht van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC) blijkt dat door belanghebbende in het jaar 2007 een bedrag van € 49 aan rente en € 19 aan kosten is betaald. In het jaar 2008 en 2009 heeft belanghebbende geen rente en kosten betaald. Dit komt doordat de bedragen van € 19 en € 79 zijn verrekend met openstaande betalingen in twee beschikkingen. Component i is op een juiste wijze berekend. Het bezwaar op dit punt is naar het oordeel van de Commissie ongegrond.
Immateriële schadevergoeding (component n)
Belanghebbende stelt dat de ingangsdatum van de vergoeding voor immateriële schade van 27 april 2009 onjuist is.
Op grond van artikel 2.3 lid 4 Wht dient de ingangsdatum van de vergoeding voor immateriële schade te worden gesteld op de dagtekening van een eerste beschikking tot het verminderen of niet toekennen van KOT of het beëindigen van voorschotverlening die een direct gevolg is van vooringenomen handelen of hardheid van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T). Uit het RKT-bestand blijkt dat op 27 april 2009 de KOT over het toeslagjaar 2007 op nihil is gesteld in verband met non-response. Dit betekent dat de ingangsdatum juist is. De Commissie acht het bezwaar op dit punt ongegrond.
Echter, zoals belanghebbende terecht stelt en ook uit de aanvullende beschouwing blijkt, heeft UHT een rekenfout gemaakt en bedraagt de vergoeding voor immateriële schade in totaal € 14.500 in plaats van € 14.000. Het is de Commissie niet duidelijk of dit bedrag correct is uitbetaald aan belanghebbende. Als dit niet zo is, verzoekt de Commissie UHT om het verschil zo snel mogelijk uit te betalen aan belanghebbende.
Daar het bezwaar gezien het voorgaande deels gegrond is, adviseert de Commissie UHT, zoals ook door UHT wordt aangegeven in de schriftelijke beschouwing, om de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot aan de datum van de beslissing op bezwaar.
Aanvullende vergoeding van 1 procent (component p)
Het advies van de Commissie om de compensatieberekening op component f aan te passen, leidt ertoe dat ook de aanvullende vergoeding van 1 procent over een aldus gewijzigd subtotaal moet worden berekend in de beslissing op bezwaar.
Proceskostenvergoeding
Belanghebbende heeft verzocht om toekenning van een proceskostenvergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de Commissie deels gegrond is, adviseert de Commissie belanghebbende om proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Gelet het vorenstaande adviseert de Commissie UHT om:
- het bezwaar gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH ZV ongegrond te verklaren;
- het bezwaar gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH gegrond te verklaren in die zin dat in ieder geval:
- het bedrag onder component f voor het toeslagjaar 2008 aangepast wordt, de vergoeding voor immateriële schade berekend zal worden tot aan de datum van de beslissing op bezwaar en in het verlengde daarvan de aanvullende vergoeding van 1 procent van het subtotaal van het compensatiebedrag (component p) aangepast zal worden;
- een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Secretaris
Fungerend voorzitter