Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-10696

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT))

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 20 oktober 2022 (UHT-DC-I A, UHT-DH A en UHT-DH5 A)

Hoorzitting: 28 maart 2025 om 10:00 uur

Overdracht advies aan UHT: PM

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen de beschikkingen van 14 september 2022 met kenmerken UHT-DC-I A, UHT-DH A en UHT-DH5 A ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904; hierna: Compensatieregeling) geen compensatie toegekend voor de jaren 2016, 2017
en 2018.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 10 mei 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het toeslagjaar 2016. Na overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar zijn daar vervolgens de toeslagjaren 2017 en 2018 aan toegevoegd.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 5 augustus 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2016, 2017 en 2018 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikkingen van 14 september 2022 met kenmerken UHT-DC-I A, UHT-DH A en UHT-DH5 A aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2016, 2017 en 2018.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 20 oktober 2022, ingekomen op 7 november 2022, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 4 januari 2023 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 11 juni 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 25 maart 2025 een aanvullende beschouwing ingebracht.
  • Op 28 maart 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Gelet op het verhandelde ter zitting resteren nog de volgende, door de Commissie te bespreken, bezwaren tegen de bestreden besluiten.

Persoonlijk dossier/equality of arms
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken er zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke reactie/beschouwing en de onderliggende stukken zijn toegezonden aan gemachtigde. De Commissie vindt dat met het toezenden van deze stukken is voldaan aan de in artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het mogelijk is dat er nog relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. De door belanghebbende in dit verband aangevoerde bezwaren kunnen daarom niet tot het door hem gewenste resultaat leiden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Beoordeling afwijzing compensatie 2018
Belanghebbende is van mening dat hij recht heeft op compensatie voor het toeslagjaar 2018. Belanghebbende stelt dat hij te weinig KOT heeft ontvangen.
Uit de jaaropgave van de kinderopvanginstelling volgt immers dat kinderopvang is afgenomen over de periode januari tot en met maart 2018. De KOT is daarentegen op 3 januari 2018 al stopgezet door B/T.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2018 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. Op grond van de stukken is het volgende aannemelijk geworden. De terugvordering KOT over het toeslagjaar 2018 hield verband met de adreswijziging van het kind van belanghebbende per 8 januari 2018 en het niet voldoen aan het vereiste van co-ouderschap, zoals omschreven in artikel 4, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. UHT behoefde in hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd dan ook geen aanleiding te zien om het standpunt in te nemen dat belanghebbende vooringenomen is behandeld of getroffen was door hardheid van toepassing van het stelsel. Dat belanghebbende in het toeslagjaar 2018 kinderopvang heeft afgenomen in de periode januari tot en met maart 2018 maakt dat niet anders.

Samengevat stelt de Commissie vast dat de bijstellingen over het toeslagjaar 2018 conform de wet zijn uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.
De Commissie adviseert UHT daarom om ook dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gericht tegen de bestreden beschikkingen ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskosten-vergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter