BAC 2022-10583
Publicatiedatum 23-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluiten: 20 oktober 2022 (UHT-DC I, UHT-DC-I A en UHT-DH5 A) en 27 januari 2022 (UHT-O OGS B)
Hoorzitting: 3 maart 2025 om 14:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 28 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
De door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) compensatie toegekend voor een bedrag van € 52.862,- voor de jaren 2010, 2011 en 2012 en een tegemoetkoming Opzet/Grove Schuld (“O/GS”) van € 8.517,- voor de jaren 2013 en 2014.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen,
hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en
9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 11 juni 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 tot en met 2014.
- UHT heeft bij beschikking van 26 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- UHT heeft bij beschikking van 20 oktober 2022 met kenmerk UHT-DC I aan belanghebbende voor de jaren 2010, 2011 en 2012 een compensatie toegekend voor een bedrag van € 52.862,-. Bij beschikkingen van 20 oktober 2022 met kenmerk UHT-DC-I A en UHT-DH5 A heeft UHT geen compensatie toegekend voor de jaren 2013 en 2014.
- UHT heeft bij beschikking van 27 januari 2022 met kenmerk UHT-O OGS B aan belanghebbende voor de jaren 2013 en 2014 een tegemoetkoming O/GS toegekend van € 8.517,-.
- Gemachtigde heeft bij brieven van 28 november 2022 tegen de beschikkingen UHT-DC-I A en UHT-DH5 A en UHT-DC I een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 16 februari 2023 tegen de beschikking UHT-O OGS B een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 4 november 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Op 3 maart 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft op 22 april 2025 een aanvullende beschouwing en producties ingediend.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Toeslagjaar 2007, 2008 en 2009
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat niet alle betreffende jaren zijn beoordeeld.
UHT stelt zich op het standpunt dat in overeenstemming met belanghebbende alleen een herbeoordeling heeft plaatsgevonden voor de jaren 2010 tot en met 2014. Verder werd afgesproken met belanghebbende dat de jaren 2007 tot en met 2009 later zouden worden beoordeeld. Deze herbeoordeling heeft echter niet meer plaatsgevonden. UHT heeft inmiddels een herbeoordelingsverzoek voor de jaren 2007 tot en met 2009 ingediend bij de primaire afdeling.
De Commissie stelt vast dat het verzoek om herbeoordeling van belanghebbende alleen zag op de toeslagjaren 2010 tot en met 2014. Belanghebbende heeft wel verzocht om een herbeoordeling voor de jaren 2007 tot en met 2009, echter heeft zij met de PZB-er besproken dat deze jaren op een later moment zouden worden beoordeeld. In dat licht kan niet worden geconcludeerd dat UHT nagelaten heeft de toeslagjaren in de herbeoordeling te betrekken en dat om die reden de bestreden beschikking moet worden herroepen. Nu het oorspronkelijke verzoek en de bestreden beschikking de omvang van de onderhavige bezwaarprocedure bepalen, ziet de Commissie geen mogelijkheden om deze toeslagjaren (alsnog) in haar advisering te betrekken. De Commissie heeft goede nota genomen van de in de beschouwing van UHT gedane toezegging om deze toeslagjaren alsnog voor te leggen aan de primaire afdeling voor een herbeoordeling. Nu deze werkwijze, in de opvatting van UHT, kennelijk geen beperking van rechtsmiddelen voor belanghebbende met zich meebrengt, houdt de Commissie onderhavige bezwaarprocedure niet aan. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond.
Zorgvuldigheidsbeginsel
De Commissie is van mening dat UHT, met de beschikbaarstelling van het bezwaardossier en daarop gegeven toelichting, voldaan heeft aan haar plicht tot motivering van het besluit en verantwoording van de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. De Commissie is van oordeel dat UHT de bestreden beschikking voldoende heeft toegelicht.
Toeslagjaar 2010, 2011 en 2012
Tussen partijen is niet in geschil dat de Belastingdienst/Toeslagen (B/T) over de toeslagjaren 2010, 2011 en 2012 vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld. Hiervoor heeft UHT bij beschikking met kenmerk UHT-DC I, volgens de daarvoor geldende forfaitaire regeling van de Wht, belanghebbende een definitief compensatiebedrag toegekend van € 52.862,-. Het compensatiebedrag is vastgesteld aan de hand van een compensatieberekening.
Naar aanleiding van het bezwaar heeft UHT de compensatieberekening ambtshalve nader bekeken en geconstateerd dat er meerdere fouten zijn gemaakt in het nadeel van belanghebbende. UHT heeft bij haar schriftelijke reactie een bijlage compensatieberekening gevoegd, waarin de aanpassingen die zij bij beslissing op bezwaar wil doorvoeren zijn opgesomd. De Commissie heeft naar de voorgenomen aanpassingen gekeken en deze komen haar juist voor. In zoverre is het bezwaar terzake de jaren 2010, 2011 en 2012 gegrond.
Toeslagjaar 2013 en 2014
Belanghebbende stelt ter zitting dat het bezwaar alleen nog ziet op het toeslagjaar 2013. Uit de stukken blijkt dat belanghebbende op de lijst van CAF 11 voorkomt. De kinderen van belanghebbende zijn heel 2013 naar de opvang geweest. Ze gingen naar de zus van belanghebbende, die werkte via een gastouderbureau. Belanghebbende volgde in 2013 een MBO-opleiding, waarvoor ze ook een diploma heeft gehaald. Verder betwist belanghebbende dat zij telefonisch zou hebben doorgegeven dat ze geen kinderopvang zou hebben afgenomen in 2013. Belanghebbende is ter zitting verzocht nog stukken aan te leveren waaruit blijkt dat zij een opleiding volgde in 2013. Deze stukken zijn niet overgelegd en belanghebbende heeft niet gereageerd op de aanvullende beschouwing en producties van UHT.
UHT stelt dat er evident geen recht is op KOT in het toeslagjaar 2013. UHT heeft toegelicht dat de KOT voor het oudste kind is stopgezet per 1 maart 2013 omdat het kind 14 jaar was geworden. De KOT voor de twee andere kinderen is per
16 oktober 2015 voor 2013 op nul gesteld. Belanghebbende heeft niet gereageerd op de vraagbrieven van 23 september en 24 november 2014. Verder heeft belanghebbende op 25 september 2014 telefonisch doorgegeven dat zij geen gebruik heeft gemaakt van opvang in 2013.
Uit de geraadpleegde systemen blijkt verder niet dat belanghebbende een opleiding heeft gevolgd in 2013 en/of dat er opvang is genoten. UHT heeft van het door haar ingestelde onderzoek naar de gegevens van belanghebbende over het jaar 2013 stukken overgelegd.
De Commissie adviseert het bezwaar over het jaar 2013 ongegrond te verklaren, nu uit de stukken volgt dat er evident geen recht was op KOT. De Commissie neemt daarbij in aanmerking dat na de hoorzitting van de zijde van belanghebbende geen nadere informatie is verstrekt die haar stelling een begin van aannemelijkheid geeft.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie het bezwaar deels gegrond acht, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaar-procedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.
Conclusie
De Commissie adviseert UHT bij beslissing op bezwaar:
- de bestreden beschikkingen van 20 oktober 2022 met kenmerk UHT-DC-I A en UHT DH5 A en de beschikking van 27 januari 2022 met kenmerk UHT-O OGS B in stand te laten;
- het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DC I deels gegrond te verklaren;
- de compensatie vast te stellen zoals in de compensatiebijlage bij de beschouwing van UHT;
- een proceskostenvergoeding toe te kennen op basis van 2 procespunten met een wegingsfactor 2. De Commissie adviseert daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter