Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13073

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 3 mei 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 10 april 2025

Overdracht advies aan UHT: 7 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bezwaren in de onderhavige zaak gedeeltelijk gegrond te verklaren, de bestreden beschikking van 3 mei 2023 met kenmerk UHT-DCHA (hierna: de bestreden beschikking) deels te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om toekenning van een vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend over de toeslagjaren 2015 tot en met 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 26 november 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2014 tot en met 2017. In overleg met belanghebbende is dit verzoek gewijzigd naar de toeslagjaren 2015 tot en met 2018.
  • UHT heeft bij beschikking van 21 april 2022, met kenmerk UHT CHR GU, aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de zogeheten Catshuisregeling.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft op 31 maart 2023 geconcludeerd dat gedurende de toeslagjaren 2015 tot en met 2018 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie over de toeslagjaren 2015 tot en met 2018.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 27 mei 2023, ingekomen op 26 mei 2023, tegen de bestreden beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 31 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 10 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • UHT heeft op 10 april 2025, naar aanleiding van hetgeen op de hoorzitting besproken is, aanvullende stukken ingediend. Dit betreft de stukken die belanghebbende in 2017 naar aanleiding van een uitvraag heeft toegestuurd. Gemachtigde heeft ter zitting aangegeven dat zij geen behoefte heeft daar op te reageren.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede comissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Belanghebbende stelt dat zij ten onrechte geen compensatie heeft ontvangen over de toeslagjaren 2015 tot en met 2018. De Commissie zal dit bezwaar per jaar behandelen.

Toeslagjaar 2015

In reactie op het bezwaar van belanghebbende heeft UHT nogmaals de redenen voor afwijzing van compensatie nagelopen. Ter zitting heeft UHT gesteld dat zij tot het oordeel is gekomen dat, in tegenstelling tot haar standpunt in de beschouwing, over toeslagjaar 2015 wel recht op compensatie bestaat. Er is namelijk sprake geweest van vooringenomen handelen met betrekking tot de maanden mei en juni 2015. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft belanghebbende onvoldoende mogelijkheden gegeven om te reageren op de informatie van de kinderopvang dat over de maanden mei en juni 2015 geen opvang zou hebben plaatsgevonden. Dit betekent dat sprake is van vooringenomenheid. UHT heeft verklaard een compensatieberekening op te zullen stellen over toeslagjaar 2015.

De Commissie neemt kennis van het standpunt van UHT en is van oordeel dat dit juist is. De Commissie adviseert UHT om aan belanghebbende compensatie toe te kennen over het toeslagjaar 2015, een compensatieberekening op te stellen en het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2016

UHT stelt dat geen sprake kan zijn van compensatie over 2016 omdat over dat jaar geen KOT is uitbetaald. De KOT was immers stopgezet per 1 oktober 2015 door belanghebbende. De Commissie ziet in het dossier geen aanwijzing dat wel KOT is aangevraagd of uitbetaald over toeslagjaar 2016. Belanghebbende heeft dit ook niet aannemelijk gemaakt. Nu geen KOT is uitbetaald aan belanghebbende over toeslagjaar 2016, heeft zij ingevolge de Wht ook geen recht op compensatie. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2017

Belanghebbende stelt dat over toeslagjaar 2017 sprake is geweest van vooringenomenheid, omdat zij een aantal keren stukken heeft moeten opsturen. Zij is van mening dat de stukken die zij bij het eerste verzoek om informatie aanleverde op 20 juli 2017 voldoende en duidelijk waren. UHT reageert dat een deel van de stukken die belanghebbende op 20 juli 2017 aanleverde volgens B/T onduidelijk waren. Om deze reden heeft B/T opnieuw om informatie verzocht. Nadat belanghebbende in augustus 2017 nieuwe informatie aanleverde, is de KOT over toeslagjaar 2017 met ingang van 21 augustus 2017 toegekend op basis van de door belanghebbende aangeleverde stukken.

Op 21 augustus 2017 heeft belanghebbende de eerste voorschotbeschikking KOT over toeslagjaar 2017 ontvangen, ter hoogte van € 5.144. Deze voorschotbeschikking is gebaseerd op de stukken en gegevens die belanghebbende bij de aanvraag had aangeleverd. De KOT over toeslagjaar 2017 is vervolgens neerwaarts bijgesteld op 29 december 2017 naar € 4.724. Dit bedrag is bij de definitieve beschikking van 2 januari 2022 ongewijzigd gebleven. De neerwaartse bijstelling komt voort uit de stopzetting van de KOT met ingang van 21 december 2017, die belanghebbende op 21 november 2017 doorgegeven.

Naar het oordeel van de Commissie was de neerwaartse bijstelling over toeslagjaar 2017 een reguliere correctie op basis van de stopzetting die belanghebbende op 21 november 2017 heeft doorgegeven. De Commissie is voorts van oordeel dat het tweede verzoek om informatie, dat belanghebbende heeft bereikt nadat zij op 20 juli 2017 reeds informatie had verstrekt niet blijk geeft van vooringenomenheid. . B/T had het recht om ter verduidelijking nadere informatie op te vragen. Na beoordeling van de informatie is de KOT per 21 augustus 2017 toegekend. Belanghebbende heeft ook geen bijzondere omstandigheden gesteld en aannemelijk gemaakt die het toekennen van compensatie op grond van hardheid rechtvaardigen. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2018

UHT licht in de bestreden beschikking toe dat de KOT over toeslagjaar 2018 aanvankelijk in december 2017 automatisch is gecontinueerd. De KOT over toeslagjaar 2018 is bij beschikking van 22 januari 2018 op nihil gesteld omdat de KOT was stopgezet per 21 december 2017 door belanghebbende. Belanghebbende heeft daarna geen nieuwe aanvraag KOT ingediend.

Naar het oordeel van de Commissie is hier sprake van een reguliere correctie op basis van een stopzetting die belanghebbende zelf heeft doorgegeven. De Commissie ziet geen aanwijzingen voor het vaststellen van vooringenomenheid. Verder heeft belanghebbende geen bijzondere omstandigheden aannemelijk gemaakt die het toekennen van compensatie op grond van hardheid rechtvaardigen. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie deels gegrond is en de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, adviseert de Commissie om het verzoek tot toekenning van een vergoeding voor de kosten van juridische bijstand toe te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • Het bezwaar, gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCHA, gegrond te verklaren in die zin dat alsnog compensatie wordt toegekend over toeslagjaar 2015 op grond van vooringenomenheid;
  • De overige bezwaren, gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCHA, ongegrond te verklaren;
  • Het verzoek om toekenning van een vergoeding voor de juridische kosten in de onderhavige procedure toe te kennen.

Secretaris

Fungerend voorzitter