BAC 2023-12936
Publicatiedatum 28-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 30 januari 2023 (UHT DCHA)
Hoorzitting: 6 mei 2025
Overdracht advies aan UHT: 15 juli 2024
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bestreden besluit strekkende tot afwijzing van compensatie in stand te
laten onder aanvulling van de motivering en het verzoek om proceskosten af te
wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de, met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) genomen beschikking van 30 januari 2023, waarin UHT compensatie voor de toeslagjaren 2016 tot en met 2019 afwijst.
Procesverloop
- Op 3 februari 2021 heeft belanghebbende verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) voor de toeslagjaren 2018 en 2019. De
herbeoordeling is vervolgens uitgebreid met de toeslagjaren 2016 en 2017. - Op 23 maart 2022 heeft UHT besloten op grond van de eerste lichte toets geen
€ 30.000 aan belanghebbende toe te kennen. - Op 23 november 2022 heeft UHT als vooraankondiging aangegeven dat
belanghebbende geen recht op één van de regelingen voor herstel. - Op 17 januari 2023 heeft de Commissie van Wijzen als advies uitgebracht dat de
compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet van toepassing zijn op de
toeslagjaren 2016 tot en met 2019. - Bij beschikking van 30 januari 2023 heeft UHT besloten dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2016 tot en met 2019.
- Op 25 april 2023 heeft gemachtigde een bezwaarschrift ingediend.
- Op 1 augustus 2024 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
- Op 6 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit
advies gevoegd. - Op 12 mei 2025 heeft gemachtigde medische stukken toegestuurd betreffende de gezondheidsklachten van de partner van belanghebbende.
- Op 10 juni 2024 heeft UHT een aanvullende beschouwing toegestuurd. Deze is voor een eventuele reactie ook aan gemachtigde verzonden.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste comissielid en tweede commissielid, heeft dit advies behandeld.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde aangegeven dat het bezwaar zich enkel nog richt op het afgewezen toeslagjaar 2018. Derhalve beperkt het advies van de Commissie zich tot de vraag of compensatie voor toeslagjaar 2018 terecht is afgewezen.
Gemachtigde heeft tijdens hoorzitting aangegeven dat in toeslagjaar 2018 sprake was van een zeer moeilijke situatie. De huidige partner van belanghebbende is in 2018 vanuit Afrika naar Nederland gekomen. Zij was toen hoogzwanger en ook ernstig ziek. Ze had bloedarmoede en kon ieder moment flauwvallen. Daardoor was ze niet in staat om te zorgen voor de zoon van belanghebbende en zijn ex-partner. Belanghebbende werkte veertig uur per week en was afhankelijk van zijn inkomen. Vanwege deze bijzondere situatie heeft belanghebbende destijds meerdere keren contact opgenomen met de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) om te vragen hoe hiermee om te gaan. Hij kreeg iedere keer nul op het rekest. Inmiddels is bekend dat een gemeente in dergelijke bijzondere situaties kan bijspringen, maar die informatie is hem toen onthouden. Daarom dient belanghebbende voor toeslagjaar 2018 gecompenseerd te worden.
UHT stelt in de aanvullende beschouwing, dat ondanks de vervelende situatie waarin belanghebbende en zijn toeslagpartner destijds verkeerde, dit niet leidt tot compensatie wegens vooringenomen handelen of de hardheidsregeling. Volgens UHT is naar voren gekomen dat de toeslagpartner een deel van toeslagjaar 2018, als gevolg van zwangerschap, niet werkzaam geweest. Daarnaast volgde zij in deze periode geen inburgeringstraject en/of een opleiding. Hoewel de toeslagpartner tijdens haar zwangerschap te maken had met klachten die het moeilijk maakten om aan de voorwaarden voor kinderopvangtoeslag te voldoen, kan - ondanks deze vervelende situatie - niet worden afgeweken van de eis in artikel 1.6 van de Wet kinderopvang. De uitzonderingen die in dit artikel zijn opgenomen zijn in dit geval niet van toepassing.
De Commissie overweegt als volgt. Volgens paragraaf 3.4.3 van het Handboek Integrale Beoordeling Vaktechniek van UHT (hierna: Handboek) kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van compensatie vanwege hardheid als de toeslagpartner vanwege ziekte niet in staat was om de verzorging van het kind voor zijn rekening te nemen. Er dient in zo'n geval te worden voldaan aan enkele criteria.
De Commissie constateert dat UHT in de (aanvullende) beschouwing enkel stelt dat niet kan worden afgeweken van de eis in artikel 1.6 van de Wet kinderopvang en dat de in het artikel opgenomen uitzonderingen niet van toepassing zijn. UHT heeft niet gemotiveerd waarom de door UHT zelf gehanteerde uitzondering volgens paragraaf 3.4.3 niet van toepassing is op de situatie van belanghebbende dan wel waarom er in zijn geval niet wordt voldaan aan de genoemde criteria. Daarom is de Commissie van oordeel dat UHT onvoldoende heeft gemotiveerd waarom in de situatie van belanghebbende geen sprake is van een uitzonderingssituatie zoals genoemd in paragraaf 3.4.3 van het Handboek.
Omdat UHT in het kader van de heroverweging dit gebrek mogelijk kan herstellen,
adviseert de Commissie UHT om in de beslissing op bezwaar te motiveren waarom
volgens UHT in het geval van belanghebbende geen sprake is van een uitzonderlijke situatie.
Proceskostenvergoeding
Nu het advies van de Commissie niet strekt tot herroeping van het bestreden besluit, bestaat geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Indien UHT naar aanleiding van het bezwaar alsnog besluit het bestreden besluit te herroepen, dient UHT uiteraard de proceskosten te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om:
- het bestreden besluit strekkende tot afwijzing van compensatie in stand te laten onder aanvulling van de motivering; én
- het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.
Secretaris
Fungerend voorzitter