Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2022-09275

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 8 juni 2022 (UHT-DC-I A en UHT-DH5 A)

Hoorzitting: 26 mei 2025 Geen

Overdracht advies aan UHT: 10 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag van 8 juni 2022 (UHT-DC-I A en UHT-DH5 A).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en
vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) geen
compensatie toegekend voor de jaren 2010 en 2011.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 7 december 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 en 2011.
  • UHT heeft bij beschikking van 26 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 2 mei 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2010 en 2011.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 20 juli 2022, ingekomen op 21 juli 2022, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 5 november 2023 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 17 juli 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Na herhaald overleg met belanghebbende, waarbij zij ook is gewezen op de mogelijkheid van kosteloze rechtsbijstand, heeft zij ervoor gekozen om af te zien van de hoorzitting. De Commissie brengt het advies uit op basis van de stukken in het dossier.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en leden van de Commissie.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Herbeoordeling toeslagjaar 2012
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat toeslagjaar 2012 moet worden
meegenomen in de herbeoordeling. In haar ogen had dit moeten gebeuren omdat zij ook in dat toeslagjaar KOT ontving en zij meent dat zij in de periode 2011-2012 op een zwarte lijst heeft gestaan danwel vooringenomen is behandeld.

De Commissie stelt vast dat het verzoek om herbeoordeling van belanghebbende initieel alleen zag op de toeslagjaren 2010 en 2011. In dat licht kan niet worden geconcludeerd dat UHT nagelaten heeft het nu alsnog gevraagde toeslagjaar in de herbeoordeling te betrekken en dat om die reden de bestreden beschikking moet worden herroepen. Nu het oorspronkelijke verzoek en de bestreden beschikking de omvang van de onderhavige bezwaarprocedure bepalen – en er geen stukken in het dossier zitten die zien op toeslagjaar 2012 – ziet de Commissie geen mogelijkheden om toeslagjaar 2012 (alsnog) in haar advisering te betrekken.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

De Commissie merkt op dat UHT in haar schriftelijke beschouwing aangeeft het
herbeoordelingsverzoek intern te hebben doorgezet. Belanghebbende krijgt op die wijze alsnog de gewenste herbeoordeling.

Geen vooringenomen handelen of hardheid
Uit de stukken in het dossier maakt de Commissie op dat de (neerwaartse) correcties van de KOT voor de toeslagjaren 2010 en 2011 zijn gebaseerd op door belanghebbende zelf doorgegeven wijzigingen en toegezonden jaaropgaven, inkomenswijzigingen en/of op de kinderopvanggegevens. Er zijn geen aanwijzingen dat die gegevens onjuist of onvolledig zijn.

De belastingdienst/toeslagen (hierna B/T) heeft de wettelijke taak om te controleren of de KOT voorschotten in een gegeven toeslagjaar terecht zijn uitgekeerd en, zo niet, om eventueel te veel uitgekeerde bedragen terug te vorderen. B/T mag daarbij vertrouwen op de inkomensgegevens van ouders zoals deze in het systeem van de belastingdienst worden verwerkt en de gegevens die ouders en kinderopvanginstellingen verstrekken.

De Commissie overweegt dat, gelet op een en ander, niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaren 2010 en 2011 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvorderingen KOT waren gelegen in een te hoog voorschot dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd.
Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten
gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS,
zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.

De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter