BAC 2023-12908
Publicatiedatum 28-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 6 maart 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 3 juli 2025 om 11:15 uur
Overdracht advies aan UHT:4 augustus 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en de bestreden besluiten in stand
te laten.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende
bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking
compensatie kinderopvangtoeslag. Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 27 augustus 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2004 tot en met 2012. Nadien is dit verzoek in overleg met belanghebbende beperkt tot de jaren 2006 tot en met 2012.
- UHT heeft bij beschikking van 30 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 16 maart 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2006 tot en met 2012.
- Gemachtigde heeft bij brief van 17 april 2023, ingekomen op 18 april 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 26 februari 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 20 januari 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 3 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Op 8 juli 2025 heeft UHT aanvullende informatie aangeleverd. Gemachtigde
heeft op 24 juli 2025 gereageerd met de mededeling dat zij geen inhoudelijke
reactie heeft. - Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Toeslagjaren 2007, 2009 en 2010
Belanghebbende voert aan dat ten onrechte geen compensatie is toegekend voor de jaren 2007, 2009 en 2010.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2007, 2009 en 2010 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over deze toeslagjaren was gebaseerd op de vaststelling dat B/T een te hoog voorschot had toegekend. Dat voorschot is vanwege reguliere wijzigingen opnieuw berekend.
2007
Uit het bezwaardossier blijkt dat in 2007 twee neerwaartse correcties hebben
plaatsgevonden. Op 21 januari 2008 is de KOT verlaagd van €9.420 naar €7.100. Uit het XML-bestand blijkt dat belanghebbende heeft doorgegeven dat haar kind
per 1 september 2007 is begonnen aan de buitenschoolse opvang. Dit heeft geleid tot minder opvanguren. De tweede neerwaartse bijstelling heeft plaatsgevonden op 26 juni 2009, waarbij de KOT is verlaagd van €7.100 naar €752. Deze verlaging heeft plaatsgevonden vanwege de door belanghebbende zelf verstrekte gegevens, waaronder de bij het antwoordformulier van 30 januari 2009 overgelegde jaaropgave van de kinderopvanginstelling. Uit de jaaropgave blijkt dat enkel in de periode september tot en met december 2007 buitenschoolse opvang is afgenomen.
Ter zitting heeft belanghebbende een tweede jaaropgave 2007 overgelegd, waaruit blijkt dat in de periode van 1 januari 2007 tot en met 15 augustus 2007 dagopvang is afgenomen. De Wht biedt echter geen grondslag voor herziening van definitieve KOT beschikkingen en is uitsluitend bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie. Om die reden valt een inhoudelijke beoordeling van de tweede jaaropgave buiten de reikwijdte van de Wht. Overigens is niet gebleken dat deze jaaropgave destijds is meegestuurd met het antwoordformulier van 2007. In dat formulier heeft belanghebbende bovendien alleen gegevens over de buitenschoolse opvang ingevuld. De B/T beschikte daarom destijds niet over informatie over dagopvang. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar
ongegrond te verklaren.
2009
Ook in 2009 hebben er twee neerwaartse correcties plaatsgevonden. Op 9 april 2009 is de KOT verlaagd van €8.527 naar €2.132. Uit het bezwaardossier blijkt dat
belanghebbende via het digitale burgerportaal op 25 maart 2009 de KOT per 1 april 2009 zelf heeft stopgezet. Vervolgens heeft er op 20 april 2011 een nihilstelling plaatsgevonden. De aanleiding hiervoor is het door belanghebbende overgelegde antwoordformulier van 30 augustus 2010, waarin te lezen is dat belanghebbende in dit jaar geen gebruik heeft gemaakt van kinderopvang.
2010
Tot slot hebben ook in 2010 twee neerwaartse correcties plaatsgevonden. De eerste neerwaartse correctie heeft op 15 september 2010 plaatsgevonden. Hierbij is de KOT verlaagd van €2.076 naar €382. Uit het bezwaardossier blijkt dat belanghebbende via het digitale burgerportaal op 31 augustus 2010 de KOT voor kind 1 per 1 september 2010 zelf heeft stopgezet. Op 1 november 2010 heeft belanghebbende weer KOT aangevraagd voor hetzelfde kind. Op 26 maart 2013 is de KOT wederom verlaagd van €6.974 naar €1.492. De aanleiding hiervoor is het door belanghebbende overgelegde antwoordformulier van 17 oktober 2011. In het formulier staat dat het aantal opvanguren voor kind 1 in totaal 192 bedroeg en voor kind 2 121,50. Uit het bezwaardossier blijkt dat deze opvanguren overeenkomen met de gegevens uit de KOI-viewer.
Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke
bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde
hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Belanghebbende verzoekt om een proceskostenveroordeling conform het Besluit
proceskosten bestuursrecht. Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de
Commissie ongegrond is, adviseert de Commissie belanghebbende om geen proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
Secretaris
Fungerend voorzitter