BAC 2022-08270
Publicatiedatum 23-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Dienst Toeslagen / Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen
(hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 6 mei 2022 (UHT-DH5 A)
Hoorzitting: geen
Overdracht aan UHT: 18 maart 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
De door belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en
vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904; hierna:
Compensatieregeling) geen compensatie toegekend voor het jaar 2015.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 19 december 2019 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2016 tot en met 2018. Dit is in een later stadium, in overleg met belanghebbende, beperkt naar het jaar 2015. De andere jaren staan namelijk op de naam van de toeslagpartner van belanghebbende.
- UHT heeft aan belanghebbende meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 27 januari 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat voor (onder meer) het toeslagjaar 2015 geen sprake is van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij de beschikking met kenmerk UHT-DC-I A van 11 februari 2022 aan
belanghebbende meegedeeld dat hij geen recht heeft om compensatie voor het jaar 2015. - UHT heeft bij bestreden beschikking met kenmerk UHT-DH5 A van 6 mei 2022, aan belanghebbende meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor het jaar 2015. Volgens UHT is niet gebleken dat de B/T in het jaar 2015 te streng is geweest bij het uitvoeren van de regels van de kinderopvangtoeslag.
- Belanghebbende heeft bij brief van 14 juni 2022 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Belanghebbende heeft bij brief van 28 maart 2023, ingekomen 31 maart 2023 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 25 maart 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Op 6 januari 2025 zou een hoorzitting plaatsvinden maar noch belanghebbende noch een eventuele gemachtigde is verschenen.
- Vanaf 6 januari 2025 heeft de Commissie meermaals getracht om zowel per
e-mail als telefonisch contact te krijgen met belanghebbende. Dit is echter niet gelukt. Om de behandeling van het bezwaar niet verder te vertragen, brengt de Commissie dit advies uit op basis van de stukken in het dossier. - Dit advies wordt uitgebracht door de commissie en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Toeslagjaar 2015
Voor toeslagjaar 2015 heeft belanghebbende € 2.589,- aan KOT als voorschot ontvangen voor kinderopvang bij [kinderopvanginstelling 1] en [kinderopvanginstelling 2]. Bij definitieve beschikking van 10 augustus 2018 heeft B/T de KOT van belanghebbende voor toeslagjaar 2015 vastgesteld op € 924,-. Van belanghebbende werd € 1.805,- teruggevorderd. Als reden heeft B/T aangevoerd dat belanghebbende minder uren aan opvang heeft afgenomen bij [kinderopvanginstelling 1] dan oorspronkelijk opgegeven en dat belanghebbende helemaal geen opvang heeft afgenomen bij [kinderopvanginstelling 2].
Voor deze laatste kinderopvanginstelling (hierna: KOI) staan geen gegevens in
KOI-viewer.
UHT maakt in het bezwaardossier melding van een uitvraagbrief en een rappelbrief waarin B/T aan belanghebbende om informatie heeft gevraagd over de opvang in het toeslagjaar 2015. Omdat belanghebbende nooit op deze uitvraagbrieven heeft gereageerd, is de KOT voor toeslagjaar 2015 verlaagd.
Belanghebbende voert aan dat hij als gedupeerde dient te worden aangemerkt.
In zijn bezwaarschrift stelt hij de eerder genoemde uitvraagbrieven niet te hebben ontvangen en ook dat hij wel geregistreerde opvang heeft afgenomen bij
[kinderopvanginstelling 2] in 2015. UHT stelt dat het gaat om een reguliere bijstelling die is uitgevoerd conform de wet. Als B/T destijds de gevraagde gegevens zou hebben ontvangen, zou de definitieve beschikking anders zijn geweest.
Vooringenomen handelen
Uit bestudering van de stukken in het dossier maakt de Commissie op dat de verlaging van de KOT voor het toeslagjaar 2015 is gebaseerd op inkomens-wijzigingen en op de kinderopvanggegevens zoals deze in KOI-viewer staan. B/T heeft de wettelijke taak om te controleren of de KOT-voorschotten in een gegeven toeslagjaar terecht zijn uitgekeerd en, zo niet, om eventueel te veel uitgekeerde bedragen terug te vorderen. B/T mag vertrouwen op de inkomensgegevens van ouders zoals deze in het systeem van de belastingdienst worden verwerkt en de gegevens die ouders en kinderopvanginstellingen verstrekken, tenzij er sprake is van feiten of omstandigheden die in redelijkheid aanleiding hadden moeten geven tot twijfel aan de juistheid van de gegevens. Dat B/T er destijds van uitging dat de gegevens in KOI-viewer onjuist of onvolledig zijn, volgt uit het simpele gegeven dat B/T volgens UHT meerdere uitvraagbrieven aan belanghebbende heeft gestuurd. Deze uitvraagbrieven zitten evenwel niet in het bezwaardossier en belanghebbende betwist dat hij deze heeft ontvangen.
Na bestudering van het door UHT overgelegde Informatie- en beoordelings-formulier concludeert de Commissie dat deze brieven niet in het systeem van de belastingdienst staan en dat derhalve niet is vast te stellen wat de inhoud van deze brieven is geweest en of deze brieven belanghebbende ooit hebben bereikt.
Uit de jaaropgaven voor kinderopvang in toeslagjaar 2015 die belanghebbende bij zijn bezwaar heeft overgelegd, volgt dat hij destijds geregistreerde kinderopvang heeft afgenomen bij [kinderopvanginstelling 2].
Ingevolge artikel 2.1 lid 1 Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel voorin-genomen handelwijze van de B/T. Institutionele vooringenomenheid wordt aangenomen bij niet nader uitvragen van informatie door B/T bij een gebleken tekortkoming in de door de ouder verstrekte bewijsstukken. Nu in deze zaak niet is vast te stellen of B/T ooit werkelijk bij belanghebbende om aanvullende informatie heeft gevraagd omtrent de geregistreerde kinderopvang bij [kinderopvanginstelling 2], gaat de Commissie ervan uit dat belanghebbende vooringenomen is behandeld en recht heeft op compensatie.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren en de bestreden beschikking te herroepen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en om:
- de bestreden beschikking te herroepen; en
- aan belanghebbende een bedrag aan compensatie (op grond van artikel 2.1 en volgende Wht) toe te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter