BAC 2023-11513
Publicatiedatum 03-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 16 januari 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 12 november 2024 om 11:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 24 februari 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCH (hierna: bestreden beschikking).
In de bestreden beschikking is door UHT besloten dat belanghebbende recht heeft op een definitief compensatiebedrag van € 125.511.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Deze bezwaarschriftprocedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaard vergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 1 april 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2006 tot en met 2015.
- De Commissie van Wijzen (hierna CvW) heeft op 25 augustus 2022 geadviseerd dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie van artikel 49 van de Awir niet van toepassing zijn voor de toeslagjaren 2008, 2014, 2015 en de maanden juli, augustus, oktober, november, december 2007, januari tot en met oktober 2010, april tot en met juni 2011, januari, februari, juni tot en met september 2012 en februari tot en met december 2013. Voor de overige periode heeft belanghebbende wel recht op compensatie.
- UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 124.002.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie
toegekend voor een bedrag van € 125.511. - Gemachtigde heeft bij brief van 16 januari 2023, ingekomen op 17 januari 2023,
tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend. - UHT heeft op 10 april 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- UHT heeft op 11 november 2024 een aanvullende beschouwing ingediend met
daarin een voorlopige conceptberekening voor de compensatie voor toeslagjaar
2014. - Op 12 november 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Gemachtigde heeft op 18 november 2024 een e-mail verzonden aan de
Commissie waarin hij namens belanghebbende aangeeft dat zij geen behoefte
heeft aan een schikking en graag een beslissing op bezwaar ontvangt. - UHT heeft op 10 december 2024 de gegevens uit de KOI-viewer (2014 en 2015)
verzonden aan de Commissie. - Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, 1e commissielid en 2e commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Toeslagjaren 2014 en 2015
De Commissie overweegt dat het geschil beperkt is tot de toeslagjaren 2014 en 2015. Gemachtigde heeft in het bezwaarschrift verzocht om compensatie voor deze afgewezen toeslagjaren. Voor deze toeslagjaren is wel vooringenomenheid aangenomen door UHT, maar is tevens in de beschikking vastgesteld dat belanghebbende in deze jaren niet voldeed aan het doelgroepvereiste.
De Commissie onderschrijft het standpunt van UHT in de schriftelijke reactie dat voor beide jaren is vast komen te staan dat belanghebbende doelgroeper is, omdat uit de stukken is gebleken dat zij vrijwilligerswerk deed in het kader van een reintegratietraject van de gemeente Tilburg. Om deze reden valt zij onder de doelgroep, zoals genoemd in artikel 1.6 lid 1 sub C Wet kinderopvang.
Toeslagjaar 2014
UHT heeft in de aanvullende beschouwing van 11 november 2024 en ter zitting
aangegeven dat voor 2014 een compensatie zal worden toegekend bij de beslissing op bezwaar. De compensatieberekening heeft de vertegenwoordiger van UHT voor de zitting overgelegd en is in goede orde door gemachtigde ontvangen. Tijdens de zitting heeft gemachtigde opgemerkt dat hij de compensatieberekening heeft gezien en hier geen nadere vragen of opmerkingen over heeft. De Commissie adviseert het bezwaar gegrond te verklaren en belanghebbende voor het toeslagjaar 2014 te compenseren overeenkomstig de door UHT overgelegde compensatieberekening.
Toeslagjaar 2015
Voor dit jaar is de afwijzing van compensatie gehandhaafd op de grond dat UHT het niet aannemelijk vindt dat belanghebbende in 2015 opvang heeft genoten omdat daarvoor onvoldoende aanknopingspunten zijn. UHT heeft overwogen dat het gegeven dat de gemeente Tilburg een ouderbijdrage heeft betaald niet betekent dat belanghebbende ook daadwerkelijk opvang heeft genoten.
De Commissie kan zich met dat standpunt verenigen, zij het dat de Commissie van
mening is dat de motivering in de beslissing op bezwaar dient te worden verbeterd. De Commissie stelt vast dat uit de KOI viewer geen gegevens van opvang over toeslagjaar 2015 naar voren zijn gekomen. De Commissie overweegt dat zij in beginsel van de gegevens uit de KOI viewer mag uitgaan. Eventuele andere gegevens die wel wijzen op daadwerkelijke opvang in dat jaar, zoals een jaaroverzicht van de KOI of gegevens met betrekking tot de betaling van een eigen bijdrage aan de KOI, blijken niet uit het oorspronkelijke dossier en zijn in bezwaar ook niet overgelegd. De wel overgelegde beschikking tot subsidietoekenning van de gemeente Tilburg voor kinderopvang in 2015 is slechts een voorlopige. Een definitieve beschikking daarover ontbreekt.
De gemachtigde heeft op de zitting naar voren gebracht dat de situatie van
belanghebbende in de toeslagjaren 2014 en 2015 wat betreft de integratie-activiteiten en de kinderopvang vrijwel dezelfde was. Naar de mening van de Commissie ligt het op de weg van UHT om in de beslissing op bezwaar nader te motiveren waarom zij voor het jaar 2015 tot een andere beoordeling is gekomen van de daadwerkelijk afgenomen opvang dan (kennelijk) is geschied met betrekking tot het jaar 2014, mede in aanmerking genomen dat de KOI-viewer 2014 ook geen gegevens over opvang voor het kind van belanghebbende bevat.
Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren deels gegrond zijn en het advies van de Commissie ertoe strekt om de compensatieberekening op voornoemde punten aan te passen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor 2.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- de compensatieberekening aan te passen zoals door UHT is uiteengezet in de
aanvullende beschouwing van 11 november 2024; - het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren;
- het verzoek om een proceskostenvergoeding toe te wijzen.
Secretaris Voorzitter