BAC 2023-11461
Publicatiedatum 03-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 14 december 2022 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 7 april 2025 om 10:15
Overdracht advies aan UHT: 8 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen (hierna: de
Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren en een
compensatie toe te kennen voor het toeslagjaar 2015.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2014, 2015 en 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 15 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2014, 2015 en 2019.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 6 december 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2014, 2015 en 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 20 december 2022 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 11 september 2023 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 7 mei 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Op 7 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft op 29 april 2025 een aanvullende beschouwing ingediend.
- Gemachtigde heeft op 30 april 2025 schriftelijk gereageerd op de aanvullende beschouwing.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, 1e commissielid en 2e commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Toeslagjaar 2014 en 2019
Belanghebbende heeft geen bezwaar gemaakt tegen de toeslagjaren 2014 en 2019.
Toeslagjaar 2015
Belanghebbende stelt dat zij recht heeft op compensatie vanwege vooringenomen
handelen dan wel hardheid voor het toeslagjaar 2015. Bij beschikking van 24 juli 2017 is de KOT vastgesteld op € 2.158,-, waardoor er een bedrag van € 2.032,- werd teruggevorderd. De hoogte van de KOT werd onterecht aangepast aan het aantal gewerkte uren (371 uur) van de minst werkende ouder (haar toeslagpartner). Deze informatie had B/T ontvangen van het UWV.
Volgens belanghebbende is het aantal gewerkte uren voor de bepaling van de hoogte van de KOT niet op belanghebbende van toepassing omdat er sprake was van een combinatie van werk, WW-uitkering en studie. Voor zover wel van toepassing heeft belanghebbende in haar bezwaar een brief van het UWV (toekenning WW-uitkering) overgelegd, een trajectplan en een verklaring van de Stichting X waar de toeslagpartner van belanghebbende taallessen volgde. Belanghebbende stelt dat de uren aan inspanning van haar partner aan het trajectplan (352 uur) en de taallessen (200 uur) alsdan mee moeten tellen voor de berekening van de hoogte van de KOT. In totaal gaat het om 923 uur.
UHT stelde in eerste instantie in haar beschouwing dat de neerwaartse correctie
plaatsvond naar aanleiding van stukken die door het UWV aan B/T zijn gezonden. B/T mocht vertrouwen op de juistheid van deze gegevens. Er is geen sprake van
vooringenomen handelen. UHT heeft na de zitting nogmaals het dossier van
belanghebbende onderzocht. UHT acht de door belanghebbende overgelegde stukken bij bezwaar voldoende om aan te nemen dat er in het toeslagjaar 2015 wel sprake was van doelgroeperschap. UHT heeft bij haar aanvullende beschouwing de
compensatieberekening voor het toeslagjaar 2015 overgelegd. Belanghebbende heeft in haar reactie op de aanvullende beschouwing gesteld dat zij zich kan verenigen met het standpunt van UHT dat B/T vooringenomen heeft gehandeld.
Nu UHT het standpunt heeft ingenomen dat er in het toeslagjaar 2015 vooringenomen is gehandeld en daarmee het bezwaar van belanghebbende gegrond moet worden geacht, zal de Commissie dienovereenkomstig adviseren.
Proceskostenvergoeding
De Commissie adviseert om de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCHA gegrond te verklaren en het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.
Conclusie
De Commissie adviseert UHT bij beslissing op bezwaar:
- het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCHA gegrond te verklaren;
- de bedragen in de compensatieberekening vast te stellen, conform de berekening in de bijlage compensatieberekening bij de aanvullende beschouwing van UHT;
- een proceskostenvergoeding toe te kennen op basis van 2 procespunten met een wegingsfactor 2. De Commissie adviseert daarbij de hoogste vergoeding per
procespunt toe te kennen.
Secretaris Voorzitter