BAC 2023-11441
Publicatiedatum 03-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 21 december 2022 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 29 januari 2025
Overdracht advies aan UHT: 25 maart 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende
ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €67.588,- voor de periode januari tot en met oktober 2006, de toeslagjaren 2007, 2010 tot en met 2012 en januari tot en met april 2013. Voor de maanden november en december 2006 en mei tot en met december 2013 is geen compensatie toegekend.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 21 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2008 tot en met 2013. In overleg met belanghebbende en haar gemachtigde heeft UHT de jaren 2006, 2007 en 2010 tot en met 2013 herbeoordeeld.
- UHT heeft bij beschikking van 16 oktober 2021 aan belanghebbende meegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 25 oktober 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de periode november en december 2006, de maand december 2007 en de maanden mei tot en met december 2013 geen sprake is
geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden. Voor de maanden januari en juni tot en met november 2007 is de hardheidscompensatie van toepassing. - UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €67.588,- voor de periode januari tot en met oktober 2006, de toeslagjaren 2007, 2010 tot en met 2012 en januari tot en met april 2013. Voor de maanden november
en december 2006 en mei tot en met december 2013 is geen compensatie toegekend. - Belanghebbende heeft bij brief van 5 januari 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend. Op 5 september 2023 en 16 december 2024 is het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 16 juli 2024 en op 18 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 29 januari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 28 februari 2025 de producties 65 tot en met 67, behorend bij de beschouwing van 18 december 2024, ingediend.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, 1e commissielid en 2e commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de periode januari tot en met oktober 2006, 2007, 2010 tot en met 2012 en januari tot en met april 2013 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen voor de maanden november en december 2006 en mei tot en met december 2013.
Compensatieberekening herzien
UHT erkent dat de compensatieberekening onjuist is opgesteld en heeft een bijlage
compensatieberekening, inclusief een toelichting per onderdeel overgelegd bij
beschouwing van 16 juli 2024. De start- en einddatum van de vergoeding voor
immateriële schade zal in het voordeel van belanghebbende worden aangepast. De rente over gemiste KOT wordt aangepast voor toeslagjaren 2006 en 2011, aanpassing voor de andere jaren zou in het nadeel van belanghebbende zijn. Tot slot zal ook de aanvullende vergoeding van 1% worden aangepast.
In de aanvullende beschouwing van 18 december 2024 stelt UHT zich op het standpunt dat, naar aanleiding van de daartoe strekkende bezwaargrond, component b op € 0,- zal worden gesteld ten aanzien van toeslagjaren 2010 en 2011 en dat component f voor deze jaren zal worden aangepast naar respectievelijk € 9.664,- en € 25.885,-. In aanvulling hierop heeft de behandelend ambtenaar van UHT op de hoorzitting toegezegd dat component f voor de toeslagjaren 2010 en 2011 € 0,- blijft. Namens belanghebbende is op de hoorzitting bevestigd dat de wijzigingen in de compensatieberekening correct zijn en dat zij hiertegen geen inhoudelijke bezwaren (meer) heeft. Derhalve zal de Commissie in overeenstemming hiermee adviseren.
Toeslagjaar 2007 - voorschotbeschikking van 11 december 2006
Ten aanzien van 2007 betoogt belanghebbende dat de voorschotbeschikking van 11 december 2006 wellicht onjuist is omdat kind 2 hierin lijkt te ontbreken. De Commissie stelt vast dat de betreffende beschikking van 11 december 2006 niet
beschikbaar is maar dat uit het SAS-overzicht (productie 16) blijkt dat de beschikking van 11 december 2006 inderdaad alleen ziet op kind 1. Op de hoorzitting is besproken dat dit mogelijk klopt omdat kind 2 tot en met 24 oktober 2006 opvang heeft gehad (productie 17, opzegging kindplaats per 24 oktober 2006). Dit is in overeenstemming met de voorschotbeschikking van 11 december 2006, waarop slechts een kind is vermeld. Nu belanghebbende ter zitting heeft verklaard dat dit mogelijk correct is en er geen andere stukken voorhanden zijn die wijzen op onjuistheid hiervan, adviseert de Commissie aan UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen.
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- de compensatieberekening als volgt aan te passen:
- componenten b en f ten aanzien van toeslagjaren 2010 en 2011 op € 0,- te bepalen;
- component h ten aanzien van 2010 en 2011 gelet hierop aan te passen;
- de vergoeding voor immateriële schade te berekenen vanaf 20 november 2006 tot de datum van de beslissing op bezwaar;
- de rentevergoeding voor gemiste KOT voor de jaren 2006 en 2011 opnieuw vast te stellen conform de bijlage compensatieberekening en voor de jaren 2010 en 2011 de rentevergoeding te berekenen tot de datum van de beslissing op bezwaar;
- de aanvullende vergoeding van 1% opnieuw te berekenen;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
De secretaris De voorzitter