BAC 2023-11429
Publicatiedatum 03-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 13 december 2022 (UHT-DCH ZV) en 15 december 2022 (UHT-OOGS B)
Hoorzitting: 15 april 2025 om 14.00 uur
Overdracht advies aan UHT: 10 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie om het verzoek voor een proceskostenvergoeding toe te wijzen.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag.
- In de beschikking van 13 december 2022 met kenmerk UHT-DCH ZV heeft UHT beslist dat aan belanghebbende een definitief compensatiebedrag van € 12.088 wordt toegekend voor de toeslagjaren 2014 en 2015. Op grond van de Catshuisregeling heeft belanghebbende € 30.000 ontvangen.
- In de beschikking van 15 december 2022 met kenmerk UHT-O OGS B heeft UHT beslist dat belanghebbende een tegemoetkoming voor opzet/grove schuld (hierna O/GS) ontvangt van € 1.006 voor de toeslagjaren 2011 en 2016.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2011 tot en met 2016.
- Op 16 november 2022 heeft de Commissie van Wijzen geadviseerd dat de compensatieregeling van toepassing is voor de toeslagjaren 2014 en 2015. De compensatieregeling is niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2011, 2012, 2013 en 2016. Verder is voor de toeslagjaren 2011 en 2016 een tegemoetkoming voor O/GS van toepassing.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH ZV aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van € 12.088 voor de toeslagjaren 2014 en 2015. De compensatieregeling is niet van toepassing op de overige beoordeelde jaren.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerkt UHT-O OGS B aan belanghebbende een tegemoetkoming voor O/GS toegekend van € 1.006 voor de toeslagjaren 2011 en 2016.
- Gemachtigde heeft bij brief van 3 januari 2023, ingekomen op 4 januari 2023, tegen deze beschikkingen afzonderlijk een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 31 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Gemachtigde heeft bij mail van 18 maart 2025 het bezwaar aangevuld.
- UHT heeft op 19 maart 2025 per mail een aanvullende beschouwing verzonden.
- Op 15 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, 1e commissielid en 2e commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden besluiten
Equality of arms
Belanghebbende voert aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad, omdat zij niet de
beschikking krijgt over haar persoonlijk en/of volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt. De Commissie overweegt hierover het volgende.
De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.
Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift, met alle van belang zijnde producties is aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten en gelegenheid gehad om daarop te reageren. Dat belanghebbende de noodzaak voelt om haar persoonlijk dossier in handen te krijgen, begrijpt de Commissie en zij adviseert UHT daarom zich zoveel mogelijk in te spannen om het persoonlijk dossier aan belanghebbende te verstrekken. Tegelijkertijd is de Commissie van oordeel dat het niet hebben
van het gehele persoonlijk dossier belanghebbende niet in de weg staat om op basis van het onderhavige bezwaardossier inzicht te krijgen in hoe het compensatiebedrag tot stand is gekomen.
Uit de stellingname van belanghebbende en UHT volgt niet dat in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde bezwaardossier nog specifieke stukken zouden ontbreken die relevant zijn geweest bij de door UHT genomen beslissingen. De Commissie acht het bezwaar daarom op
dit onderdeel ongegrond.
Zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel
Voor zover UHT de bestreden beslissingen niet zou hebben toegelicht, is de
Commissie van oordeel dat met het indienen van de uitgebreide schriftelijke reactie, de overzichten van het Landelijk Incassocentrum, de overige producties en de compensatieberekening, de bestreden beslissingen voldoende zijn onderbouwd en zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Vooraankondiging en zienswijze
Belanghebbende stelt dat zij geen vooraankondiging heeft ontvangen, waardoor zij destijds niet in de gelegenheid is gesteld om haar zienswijze kenbaar te maken.
De Commissie overweegt dat, alhoewel UHT heeft afgezien van de verzending van een vooraankondiging, belanghebbende in het kader van de bezwaarprocedure de gelegenheid heeft gekregen en benut om haar bezwaren toe te lichten en te onderbouwen. Een eventuele tekortkoming is daarmee hersteld. Omdat verder niet is toegelicht welk nadeel belanghebbende van dit nalaten heeft gehad, adviseert de Commissie om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2014
Belanghebbende stelt dat de stopzetting van de KOT over toeslagjaar 2014 niet terecht is, omdat zij wel de gevraagde bewijsstukken heeft aangeleverd.
UHT heeft ter zitting een nadere toelichting gegeven op dit punt en gesteld dat het klopt dat belanghebbende informatie heeft aangeleverd aan de B/T, maar deze informatie was onvolledig. In het antwoordformulier voor toeslagjaar 2014, zoals te zien op pagina 153 van het bezwaardossier, is aangegeven welke gegevens er concreet nodig waren. De stelling van belanghebbende dat het niet duidelijk was welke gegevens er nodig waren klopt om deze reden niet.
De Commissie stelt vast dat uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat belanghebbende op 12 mei 2015 gegevens heeft aangeleverd, maar dat deze gegevens onvolledig waren. De Commissie onderschrijft het standpunt van UHT dat bij belanghebbende bekend was welke informatie
ontbrak, zoals is aangegeven in het antwoordformulier voor toeslagjaar 2014. Belanghebbende heeft de gelegenheid gekregen om de ontbrekende gegevens aan te leveren, maar dit is niet gebeurd. De KOT voor toeslagjaar 2014 is op 15 juli 2015 stopgezet, nadat er op 13 juni 2015 een rappel is verzonden. De Commissie ziet in het bezwaar onvoldoende aanknopingspunten om de stelling van
belanghebbende op dit punt te volgen. De Commissie adviseert dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2015
Tijdens de hoorzitting heeft de vertegenwoordiger van UHT gesteld dat zij het niet eens is met de inhoud van de aanvullende beschouwing van 19 maart 2025. Door haar collega is daarin aangegeven dat voor toeslagjaar 2015 component a van de compensatieberekening aangepast zal worden, maar dit is niet correct. De berekening is gemaakt naar aanleiding van de stukken die zijn toegestuurd en de
daadwerkelijke opvangkosten. Het bezwaar blijft op dit punt ongegrond, aldus UHT. Gemachtigde heeft namens belanghebbende gesteld dat UHT niet mag terugkomen op de door haar gedane schriftelijke toezegging en zij beroept zich op het vertrouwensbeginsel.
In het licht van de feiten en omstandigheden van dit geval oordeelt de Commissie dat de onjuiste benadering van 2015 op het punt van het gegrond zijn van het bezwaar niet valt te beschouwen als een rechtens afdwingbare toezegging. De Commissie merkt aanvullend nog op dat indien een dergelijke toezegging wel zou spelen, dit uiteindelijk voor het resultaat geen verschil maakt. Indien de a
component op een bedrag van € 19.861 zou worden gesteld, dan zou component b moeten worden berekend op het verschil tussen het genoemde bedrag van €19.861 en het bedrag van € 3.732 dat in 2015 aan de kinderopvang heeft gespeeld. Dat betekent de c component nog steeds op € 3.732 uit zou komen.
O/GS toeslagjaar 2015
Belanghebbende stelt dat zij voor toeslagjaar 2015 gecompenseerd dient te worden op grond van O/GS. Dit zou voor belanghebbende een hoger bedrag kunnen opleveren dan de reeds ontvangen compensatie.
UHT blijft bij haar standpunt dat belanghebbende voor toeslagjaar 2015 recht heeft op compensatie op grond van vooringenomen handelen van B/T. Ouders hebben recht op één regeling per periode en indien dit op grond van vooringenomenheid of hardheid is, dan wordt vervolgens de O/GS kwalificatie
niet getoetst. Er is om deze reden geen recht op een tegemoetkoming voor O/GS voor toeslagjaar 2015.
De Commissie stelt vast dat uit de artikelen 2.6 lid 4 Wht en 2.1 Wht volgt dat er geen mogelijkheden zijn om een compensatie op grond van O/GS toe te kennen, indien belanghebbende voor datzelfde toeslagjaar reeds gecompenseerd is op grond van vooringenomenheid of hardheid. In dit geval wordt belanghebbende voor 2015 gecompenseerd op grond van vooringenomenheid. De Wht biedt
geen ruimte voor compensatie op grond van O/GS voor dit zelfde toeslagjaar. De Commissie onderschrijft het standpunt van UHT op dit punt. De Commissie adviseert dan ook om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Rentevergoeding gemiste KOT
De Commissie volgt het standpunt van UHT, zoals is uiteengezet in de schriftelijke reactie, dat de eerdere berekening met betrekking tot de rentevergoeding over gemiste KOT over toeslagjaar 2014 dient te worden aangepast in het voordeel van belanghebbende. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en de compensatie opnieuw te berekenen.
Immateriële schadevergoeding
Gelet op het voorgaande dient ook de immateriële schadevergoeding berekend te
worden tot de datum van de beslissing op bezwaar.
De Commissie merkt op dat bovenstaande aanpassing tot gevolg heeft dat ook de
aanvullende vergoeding van 1% dient te worden berekend tot de datum van de
beslissing op bezwaar.
Beslagvrije voet
Belanghebbende voert aan dat bij de verrekening van de terugvorderingen geen rekening is gehouden met de beslagvrije voet. UHT heeft dit standpunt in de schriftelijke reactie weersproken
De Commissie overweegt dat de KOT expliciet is uitgesloten van de beslagvrije voet in artikel 475c sub j van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zoals blijkt uit de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel tot uitbreiding van de beslagvrije voet is dat een bewuste keuze geweest die vooral gelegen is in het feit dat de KOT in zijn aard wezenlijk verschilt van de overige toeslagen. De KOT is namelijk juist gericht op de bevordering van arbeidsparticipatie, terwijl de overige toeslagen (huur- en zorgtoeslag, kindgebonden budget) een duidelijk inkomensondersteunend karakter hebben. De Commissie is van oordeel dat in dit geval niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot de conclusie dat sprake is van hardheid van het stelsel. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en het advies van de Commissie ertoe strekt om de primaire beschikking met kenmerk UHT-DCH ZC te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor 2.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- de compensatieberekening aan te passen op voornoemde punten;
- het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe
te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste
tarief.
De secretaris De voorzitter