BAC 2023-11421
Publicatiedatum 03-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 5 december 2022 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 7 juli 2025 om 15:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 21 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar gegrond te verklaren, de bestreden beschikking te herroepen en in
de beslissing op bezwaar aan te passen. Verder adviseert de Commissie het
verzoek om een proceskostenvergoeding toe te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT op 5 december 2022 genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) met kenmerk UHT-DCH (hierna ook te noemen: de bestreden beschikking).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 28.826, in het kader van de
Catshuisregeling aangevuld tot € 30.000 voor de jaren 2010 en 2011 en over 2012 de boete. Er is geen compensatie toegekend voor de jaren 2006, 2012, 2013 en 2014.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 17 december 2020 verzocht om een herbeoordeling van de KOT over de jaren 2010 tot en met 2014. Na overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar is het herbeoordelingsverzoek uitgebreid naar de jaren 2006 en 2010 tot en met 2014.
- UHT heeft bij beschikking van 23 februari 2021 aan belanghebbende meegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 28 juni 2022 aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) toegestuurd. De CvW heeft in haar advies geoordeeld dat B/T zich (voor zover thans van belang) voor de jaren 2012 en 2014 terecht op het standpunt stelde dat de regelingen betreffende de institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden niet van toepassing zijn.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.
Volledigheid dossier
De schriftelijke beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn op 26 februari 2025 aan gemachtigde toegezonden. Daarnaast heeft UHT op 30 juni 2025 op verzoek van gemachtigde aanvullende stukken overgelegd. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hiermee niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Awb neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Herbeoordeling toeslagjaar 2005
Belanghebbende stelt dat onduidelijk is waarom het toeslagjaar 2005 niet is
meegenomen in de herbeoordeling. In haar ogen had dit moeten gebeuren, omdat zij ook in 2005 gebruik heeft gemaakt van kinderopvang en ook over dit toeslagjaar sprake was van KOT.
Uitgangspunt is dat een verzoek om herbeoordeling als hier aan de orde betrekking heeft op alle jaren voor 2020 waarin de aanvrager van compensatie kinderopvang heeft aangevraagd, althans waarin B/T een beschikking daarover heeft gegeven, tenzij de aanvrager het verzoek heeft beperkt. Of dat laatste aannemelijk is, moet blijken uit alle omstandigheden van het geval, in samenhang beoordeeld, zoals de aanwezigheid van telefoonnotities, vastgelegde gesprekken en andere schriftelijke stukken.
De Commissie is het eens met belanghebbende omdat uit het dossier niet blijkt dat
belanghebbende de aanvraag om compensatie heeft beperkt tot een aantal jaren. UHT heeft inmiddels een verzoek ingediend om het jaar 2005 eveneens te (her)beoordelen.
Gelet op het verbod van getrapte besluitvorming in bezwaar zal de Commissie UHT
adviseren de herbeoordeling van het jaar 2005 in de beschikking op bezwaar neer te leggen. Als deze herbeoordeling ertoe leidt dat belanghebbende ook voor andere jaren als gedupeerde wordt aangemerkt, gaat de Commissie ervan uit dat UHT hierin aanleiding ziet het bestreden besluit te herroepen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Omdat de Commissie deze bezwaarprocedure niet aanhoudt geeft zij UHT in overweging belanghebbende door middel van een schriftelijke vooraankondiging, voorafgaande aan het nemen van het besluit op bezwaar, over de uitkomst van de herbeoordeling te informeren en daarop een reactie van belanghebbende te vragen.
Beoordeling compensatieverzoek toeslagjaar 2006
Belanghebbende kan zich niet verenigen met de afwijzing van compensatie over het toeslagjaar 2006. Zij stelt dat de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) onjuist was en dat er herhaaldelijk contact is geweest met B/T over het tijdelijke karakter van haar verblijf in Suriname, voorafgaand aan de nihilstelling. Daarnaast is er voorafgaand aan deze nihilstelling geen informatie bij haar uitgevraagd door B/T. Ook het feit dat de nihilstelling uiteindelijk is teruggedraaid, omdat B/T heeft erkend dat belanghebbende gedurende heel 2006 in Nederland woonachtig was, onderstreept volgens haar dat zij voor compensatie in aanmerking komt. UHT heeft belanghebbende in de aanvullende beschouwing van 30 juni 2025 op dit punt in het gelijk gesteld. De Commissie heeft kennisgenomen van de toelichting in deze aanvullende beschouwing en adviseert UHT het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren en uitvoering te geven aan de daarin gedane toezeggingen.
Beoordeling compensatieverzoek toeslagjaar 2012
Belanghebbende kan zich niet verenigen met de afwijzing van compensatie over het toeslagjaar 2012. Zij stelt in 2012 te hebben gewerkt bij de kinderopvanginstelling waar haar kinderen eveneens opvang genoten. Bovendien is in de definitieve beschikking over 2012 van 8 mei 2015 een vastgesteld inkomen van € 18.652 opgenomen. UHT stelt dat de nihilstelling onterecht was, maar dat belanghebbende desondanks evident geen recht had op KOT, nu er geen gegevens bekend waren van het kind bij de kinderopvanginstelling UK Archipel. Dit is de instelling waarvoor belanghebbende op 8 januari 2012 een aanvraag heeft ingediend met ingang van 1 januari 2012. Daarnaast is volgens UHT uit de inkomensgegevens niet gebleken dat belanghebbende in 2012 heeft gewerkt.
In de aanvullende beschouwing van 30 juni 2025 heeft UHT toegelicht dat de in de
beschikking opgenomen inkomsten afkomstig zijn van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Volgens UHT waren er geen aanwijzingen dat belanghebbende heeft gewerkt of als doelgroeper kon worden aangemerkt. Tevens heeft UHT stukken overgelegd waaruit volgt dat het kind niet bekend was bij kinderopvanginstelling Y.
Gemachtigde heeft voorafgaand aan de hoorzitting een document overgelegd waaruit blijkt dat belanghebbende een opleiding heeft gevolgd in 2012. Tijdens de hoorzitting hebben de gemachtigde van belanghebbende en de vertegenwoordiger van UHT hun standpunten nader uiteengezet. Daarbij kwam naar voren dat er in 2012 twee verschillende aanvragen zijn gedaan: één voor kinderopvanginstelling X en één voor kinderopvanginstelling Y. Ook is besproken dat kinderopvanginstelling X failliet is gegaan, hetgeen door belanghebbende, blijkens de stukken, ook is verklaard, en dat de LRK-registratie van deze opvanginstelling per 1 mei 2012 is vervallen.
Gemachtigde heeft tijdens de hoorzitting naar voren gebracht dat het niet evident is dat in 2012 geen opvang heeft plaatsgevonden, mede omdat B/T geen navraag heeft gedaan bij kinderopvanginstelling X, terwijl belanghebbende daar in 2011 ook reeds opvang afnam. Op de hoorzitting hebben partijen elkaar gevonden in de conclusie dat aannemelijk is dat tot 1 mei 2012 opvang is genoten. De Commissie adviseert UHT om uitvoering te geven aan deze gezamenlijke conclusie en alsnog compensatie toe te kennen over de periode januari tot en met april 2012 vanwege vooringenomenheid.
Compensatieberekening
De Commissie acht de toelichting van UHT in de schriftelijke beschouwing ten aanzien van de berekening van de componenten in de compensatieberekening afdoende en navolgbaar en ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken. De Commissie adviseert UHT het bezwaarschrift tegen de bestreden beschikking op dit punt gegrond te verklaren en de compensatieberekening aan te passen in lijn met haar schriftelijke beschouwing van 29 augustus 2024 en 30 juni 2025.
Proceskostenvergoeding
Nu de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie dient te worden
herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en om:
- de bestreden beschikking te herroepen;
- alsnog compensatie op grond van vooringenomenheid toe te kennen voor het jaar 2006 en de periode januari tot en met april 2012;
- de compensatieberekening ten aanzien van de reeds toegekende jaren aan te passen, in lijn met de aanvullende beschouwingen van 29 augustus 2024 en 30 juni 2025;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
De secretaris,
De voorzitter,