Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de footer

BAC 2022-05843

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van [belanghebbende]

Primair besluit: 23 juni 2021 (UHT-DC I)

Ontvangst bezwaarschrift: 7 februari 2022

Hoorzitting: 15 maart 2024

Overdracht advies aan UHT: 22 maart 2024

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaarschrift ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift d.d. 1 februari 2022 is gericht tegen de door Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT) genomen beschikking van 23 juni 2021 (UHT-DC I) waarbij een definitieve compensatie van € 20.572 is toegewezen over het toeslagjaar 2010.

Op 5 november 2022 is de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) in werking getreden (Stb. 2022, 433). Op grond van artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten beschikkingen die in het kader van de hersteloperatie toeslagen zijn gegeven vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Wht, vanaf dat tijdstip geacht worden te zijn genomen op grond van afdeling 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 6 december 2019 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (KOT).
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 1 maart 2021 aan UHT toegestuurd.
  • Bij beschikking 19 maart 2021 (UHT-VC I) is er over het toeslagjaar 2010 een voorlopige compensatie toegekend van € 20.507.
  • Bij besluit van 19 maart 2021 (UHT-B ABD) is het reeds toegekende compensatiebedrag aangevuld tot € 30.000.
  • Bij beschikking van 23 juni 2021 met kenmerk UHT-DC I heeft UHT over het toeslagjaar 2010 een definitief compensatiebedrag van € 20.507 toegekend.
  • Bij formulier van 1 februari 2022, ingekomen op 7 februari 2022, heeft belanghebbende tegen “de toeslagaffaire” een bezwaarschrift ingediend.
  • Bij brief van 15 maart 2022 heeft UHT de ontvangst van het bezwaarschrift bevestigd. In deze ontvangstbevestiging wordt als kenmerk van het bestreden besluit UHT-DC I genoemd.
  • UHT heeft op 31 juli 2023 een schriftelijke reactie op de bezwaren van belanghebbende ingediend. Deze is aan belanghebbende toegestuurd.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

De ontvankelijkheid van het bezwaarschrift is niet in geding.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

t.a.v. het toeslagjaar 2009
Belanghebbende stelt dat zij de over de toeslagjaar 2009 toegekende kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) ad € 7.723 in zijn geheel heeft moeten terugbetalen. Dit heeft zij niet met stukken onderbouwd. Uit de bij de schriftelijke reactie van UHT overgelegde beschikkingen en betaal- en verrekenoverzichten heeft de Commissie kunnen opmaken dat aan belanghebbende een bedrag van ± € 550 is teruggevorderd in verband met een hoger toetsingsinkomen.

De Commissie is van mening dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2009 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT over toeslagjaar 2009 was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van een hoger geworden toetsingsinkomen opnieuw is berekend. Deze bijstelling is conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1 lid 1 onder b Wht, in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt.

T.a.v. het compensatiebedrag
Belanghebbende heeft compensatie ontvangen over het toeslagjaar 2010. Zij stelt dat ook de jaren 2011 en met 2020 in de compensatieberekening meegenomen hadden moeten worden. Om over bepaalde jaren voor compensatie in aanmerking te komen, dient men die jaren KOT te hebben aangevraagd. Dit is bepaald in artikel 2.1. van de Wht. Aangezien belanghebbende na 2010 geen KOT heeft aangevraagd, voldoet zij niet aan (een van) de vereisten van de Wht en kan zij daarom voor deze periode niet voor compensatie op grond van deze wet in aanmerking komen.

Belanghebbende wijst erop dat zij meer materiële en immateriële schade heeft geleden dan waar in het compensatiebedrag rekening mee is gehouden; zo is de KOT schuld jarenlang verrekend met de inkomstenbelasting en andere toeslagen, is er beslag gelegd op het inkomen van de partner, heeft haar zoon een hoog bedrag bij DUO moeten lenen en hebben de kinderen geleden onder de situatie.

Deze bezwaarschriftprocedure heeft echter alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Voor dat laatste kan belanghebbende een verzoek indienen bij de Commissie Werkelijke Schade.

Conclusie

Gelet op het voorgaande adviseert de Commissie om het bezwaarschrift ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter