BAC 2022-12181
Publicatiedatum 24-07-2025
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van [belanghebbende]
Primair besluit: 19 januari 2023 en 27 februari 2023 (UHT-DCH
en UHT-O OGS B)
Ontvangst bezwaarschrift: 23 februari 2023 en 17 maart 2023
Hoorzitting: 28 mei 2024
Overdracht advies aan UHT: 3 februari 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie
om het verzoek voor een proceskostenvergoeding toe te wijzen.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen beschikkingen van 19 januari 2023 (met kenmerk UHT-DCH) en 27 februari 2023 (met kenmerk UHT-O OGS B).
In de beschikking met kenmerk UHT-DCH heeft UHT beslist dat aan belanghebbende een definitief compensatiebedrag van € 31.843 wordt toegekend voor toeslagjaren 2008, 2009 en de maanden januari tot en met oktober van toeslagjaar 2010. De
Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft over die periode bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) fouten gemaakt.
In de beschikking met kenmerk UHT-O OGS B heeft UHT beslist dat belanghebbende
recht heeft op een tegemoetkoming voor opzet/grove schuld (hierna: O/GS) van € 410
voor de periode november en december 2010.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 16 juni 2020 verzocht om een herbeoordeling van de
KOT over de toeslagjaren 2008, 2009 en 2010. - Bij beschikking van 11 maart 2021 heeft UHT naar aanleiding van de lichte toets
een forfaitair bedrag van € 30.000 toegekend en kenbaar gemaakt dat de situatie
van belanghebbende nog niet helemaal is beoordeeld. - Op 14 december 2021 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) geoordeeld
in haar advies dat de compensatieregeling van toepassing is voor de toeslagjaren
2008, 2009 en de maanden januari tot en met oktober van het toeslagjaar 2010.
Voor de maanden november en december 2010 bestond evident geen recht op
KOT, omdat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat over deze periode opvang
heeft plaatsgevonden bij een geregistreerde kinderopvanginstelling. - Bij beschikking van 19 januari 2023 (UHT-DCH) is aan belanghebbende een
definitief compensatiebedrag van € 31.843 toegekend voor toeslagjaren 2008,
2009 en de maanden januari tot en met oktober van toeslagjaar 2010. - Bij beschikking van 27 februari 2023 (UHT-O OGS B) heeft UHT besloten dat
belanghebbende recht heeft op een compensatiebedrag van € 410 omdat voor de
periode november en december 2010 sprake was van O/GS van B/T. - Gemachtigde heeft op 23 februari 2023 een voorlopig bezwaarschrift tegen de
beschikking van 19 januari 2023 (UHT-DCH) ingediend. - Gemachtigde heeft op 17 maart 2023 bezwaar gemaakt tegen de beschikking van
27 februari 2023 (UHT-O OGS B). - UHT heeft op 6 maart 2024 een schriftelijke reactie ingediend.
- Gemachtigde heeft op 25 april 2024 gereageerd op de schriftelijke reactie van
UHT. - Op 28 mei 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden.
- De Commissie heeft op 22 oktober 2024 een aanvullende beschouwing ontvangen
van UHT, die zij naar aanleiding van de hoorzitting heeft opgesteld.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
De ontvankelijkheid van de bezwaarschriften is niet in geschil.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Persoonlijk dossier
Gemachtigde stelt dat op grond van de informatie uit het onderliggende dossier geen
volledig beeld gevormd kan worden. Daarnaast stelt gemachtigde dat het persoonlijk
dossier van belanghebbende nog niet is toegezonden, terwijl zij hier meerdere keren om heeft verzocht.
De Commissie kan zich voorstellen dat het wachten op het persoonlijk dossier lang duurt, maar is van mening dat dit geen gevolgen hoeft te hebben voor het verloop van deze bezwaarprocedure. Verder overweegt de Commissie dat op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet Bestuursrecht en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht heeft op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift, met alle van belang zijnde producties is aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en gelegenheid gehad om daarop te reageren. Uit de stellingname van gemachtigde en UHT volgt niet dat er in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde bezwaardossier nog specifieke stukken zouden ontbreken die van enig belang zijn geweest bij de door UHT genomen besluiten. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Motiveringsbeginsel
Belanghebbende stelt dat de bestreden beschikkingen onvoldoende zijn gemotiveerd. De Commissie kan UHT volgen ten aanzien van de motivering van de besluiten en de
zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Voor zover UHT de
bestreden beschikkingen niet voldoende zou hebben toegelicht, impliceert dat niet dat
van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is. De Commissie is van mening dat met het indienen van het schriftelijke verweer, de betaal- en
verrekenoverzichten en de overige producties de bestreden besluiten voldoende zijn
onderbouwd en in zoverre zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De Commissie adviseert
het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Overschrijding termijn bij definitieve KOT-beschikking
Gemachtigde stelt dat sprake is van vooringenomen handelen aangezien de definitieve
KOT-beschikkingen zonder duidelijke redenen buiten de termijn van artikel 19 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) zijn genomen; belanghebbende heeft gelet daarop recht op compensatie. Hoewel overschrijding van termijnen onwenselijk is, ziet de Commissie in die omstandigheid onvoldoende aanknopingspunten om tot vooringenomenheid te concluderen en overweegt dat dit bezwaar buiten het bestek van de Wht valt. De door gemachtigde gestelde omstandigheid kan, gelet op het hier toepasselijke regelgevende kader, niet tot het door belanghebbende gewenste resultaat leiden. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Schrijffout
De Commissie stelt vast dat, gelet op het verhandelde ter zitting, in de
compensatiebeschikking aangegeven staat dat de compensatie op basis van hardheid is toegekend, terwijl dit vooringenomenheid moet zijn. UHT heeft ter zitting erkend dat dit een schrijffout is en aangegeven dat dit bij de beslissing op bezwaar aangepast zal worden. De Commissie begrijpt dat dit een belangrijk punt is voor belanghebbende. De Commissie adviseert UHT dan ook om haar toezegging gestand te doen.
Toeslagjaar 2011
Gemachtigde heeft in het aanvullend bezwaarschrift gesteld dat de KOT over 2011 ook
opnieuw beoordeeld dient te worden. De Commissie stelt vast dat gemachtigde dit
bezwaar ter zitting heeft ingetrokken. Ter zitting is door gemachtigde verklaard dat niet meer ter discussie staat dat belanghebbende op 1 oktober 2010 de KOT heeft stopgezet; deze constatering is correct. Verder stelt de Commissie vast dat belanghebbende geen opmerkingen heeft over de berekeningen van de compensatie.
Rentevergoeding gemiste KOT
De Commissie volgt het standpunt van UHT, zoals is uiteengezet in de schriftelijke
reactie, dat de eerdere berekening met betrekking tot de rentevergoeding over gemiste KOT (component o) dient te worden aangepast. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en de compensatie opnieuw te
berekenen in lijn met haar schriftelijke reactie.
Immateriële vergoeding
Gemachtigde verzoekt om in het voordeel van belanghebbende af te wijken van de
forfaitaire vergoeding van de immateriële schade die de Wht voorschrijft, omdat
belanghebbende meer schade heeft geleden dan € 500 per halfjaar.
De Commissie overweegt dat de wetgever de keuze heeft gemaakt om in het kader van de integrale beoordeling te werken met een systeem van forfaitaire vergoedingen. De Commissie ziet in de stelling van gemachtigde geen aanleiding om te komen tot het
oordeel dat toepassing van het in de Wht neergelegde compensatiestelsel in een geval
als het onderhavige buiten toepassing zou moeten blijven en aansluiting gezocht zou
moeten worden bij het strafrecht. Zulks te minder omdat de Wht ook voorziet in de
mogelijkheid om vergoeding van de daadwerkelijke (im)materiële schade te vragen via
de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade (hierna: CWS). Het betoog van
gemachtigde op dit punt slaagt niet.
Ten aanzien van de berekening immateriële schade adviseert de Commissie dat, nu het
bezwaar gedeeltelijk gegrond is, deze vergoeding berekend dient te worden tot het
moment van de beslissing op bezwaar.
Aanvullende vergoeding
De Commissie merkt op dat bovenstaande aanpassing tot gevolg heeft dat ook de
aanvullende vergoeding van 1% dient te worden doorberekend tot de datum van de
beslissing op bezwaar. De Commissie adviseert UHT om de compensatieberekening aan te passen op voornoemde punten.
Discriminatie
Gemachtigde kaart aan dat discriminatie of de onrechtmatige daad niet zijn meegenomen in de Wht. Zij stelt dat een erkenning hiervan en een bijbehorende compensatie op zijn plaats zou zijn.
De Commissie overweegt dat zij in het kader van de hersteloperatie toeslagen niet
beoordeelt of in het geval van een belanghebbende sprake is geweest van discriminatie.
FSV-lijst
UHT heeft in de aanvullende beschouwing, zoals op 22 oktober 2024 door de Commissie is ontvangen en is doorgestuurd naar gemachtigde, aangegeven dat belanghebbende niet voorkomt in het FSV-systeem en dat dit systeem ook niet meer gebruikt mag worden. De Commissie stelt vast dat belanghebbende niet heeft gereageerd op de aanvullende beschouwing en ziet geen reden om af te wijken van de constateringen van UHT. De Commissie adviseert om het bezwaar van gemachtigde op dit punt ongegrond te verklaren.
Verrekeningen en werkelijk geleden schade
De Commissie stelt vast dat de door belanghebbende genoemde verrekeningen, die te
zien zijn op de LIC-overzichten, op zichzelf geen schadepost inhouden. De nu
voorliggende procedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaard
vergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Hiervoor is de
procedure bij CWS bestemd. Als belanghebbende van mening is dat haar aanvullende
compensatie voor de werkelijke schade als gevolg van (onder andere) de verrekeningen toekomt, kan zij een verzoek daartoe indienen bij CWS. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Juridische kosten
Gemachtigde stelt dat er meerdere keren bezwaar is gemaakt, maar dat dit niet is
meegenomen in de compensatieberekening onder de post vergoeding voor juridische
bijstand (component m).
De Commissie ziet in de stukken in het dossier geen aanknopingspunten om aan te
nemen dat belanghebbende meer vergoeding toekomt voor juridische hulp. De
Commissie neemt hierbij in aanmerking dat het op de weg van belanghebbende lag om deze stelling nader te onderbouwen en aannemelijk te maken. Ook uit het verhandelde ter hoorzitting is niet anderszins gebleken. De Commissie adviseert dan ook om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren deels gegrond zijn en het advies van de Commissie ertoe strekt om de
beschikking met kenmerk UHT-DCH te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit
proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor 2.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bezwaarschrift gedeeltelijk gegrond te verklaren en de compensatieberekening
aan te passen op voornoemde punten; - het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren;
- het verzoek om een proceskostenvergoeding toe te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter